Je EigenRoute
InloggenRegistreren

Woordenschat

1053 woorden · pagina 34 van 43

  • het stukA1

    piece

    Wil je een stuk taart?


    broken, out of order

    De lift is al een week stuk.

  • het succesA2

    success; good luck

    Veel succes morgen met je examen!

  • de suikerA2

    sugar

    Ik doe geen suiker in mijn thee.

  • de supermarktA2

    supermarket

    De supermarkt is tot tien uur open.

  • de SVBA2

    social insurance bank

    De SVB betaalt de kinderbijslag uit.

  • de taakA2

    task

    Dat is niet mijn taak.

  • de taakomschrijvingA2

    task description

    Dat staat niet in mijn taakomschrijving.

  • de taalA1

    language

    Nederlands is een moeilijke taal.

  • de taallesA2

    language lesson

    Ik heb twee keer per week taalles.

  • de taaltoetsA2

    language test

    Voor de cursus doe je eerst een taaltoets.

  • de taartA1

    cake, pie

    Op mijn verjaardag maak ik een taart.

  • de tafelA1

    table

    Het eten staat op tafel.

  • de takenlijstA2

    to-do list

    Ik werk mijn takenlijst af.

  • de tandA1

    tooth

    Er is een tand afgebroken.

  • de tandartsA2

    dentist

    Ik ga twee keer per jaar naar de tandarts.

  • de tandenborstelA1

    toothbrush

    Vergeet je tandenborstel niet.

  • de tanteA1

    aunt

    Mijn tante komt op bezoek.

  • het tapijtA2

    carpet

    We hebben een nieuw tapijt gelegd.

  • de tasA1

    bag

    Mijn tas staat naast de stoel.

  • de taxiA2

    taxi

    We namen een taxi naar het hotel.

  • het teamA2

    team

    Ik werk in een klein team van vijf collega's.

  • de teamvergaderingA2

    team meeting

    De teamvergadering is elke maandag.

  • de technologieA2

    technology

    Nieuwe technologie verandert de arbeidsmarkt.

  • de teenA1

    toe

    Ik stootte mijn teen tegen de tafel.

  • het tegoedA2

    credit, balance

    Er staat nog tegoed op mijn kaart.