Je EigenRoute
InloggenRegistreren

Woordenschat

7809 woorden · pagina 309 van 313

  • zittenblijvenB2scheidbaaronregelmatig

    bleef zitten · bleven zitten · zijn blijven zitten

    to repeat a year

    Zittenblijven helpt niet altijd.

  • de zittingB1

    session, hearing; seat

    De rechter opende de zitting om tien uur.

  • zoA1

    so, like this

    Doe het zo.

  • zo'nA2

    such a; about (approx.)

    Ik wil ook zo'n fiets met een mand voorop.

  • zoalB2

    among other things, for instance

    Wat doe jij zoal in je vrije tijd?

  • zoalsA2

    as, like

    Zoals je weet, zijn wij morgen gesloten.

  • zodanigB1

    such, in such a way

    Hij was zodanig ziek dat hij niet kon werken.

  • zodatB1

    so that (result)

    Schrijf duidelijk, zodat iedereen het begrijpt.

  • zodoendeB1

    in that way, thus

    Hij mist veel lessen en blijft zodoende achter.

  • zodraA2

    as soon as

    Ik bel je zodra ik thuis ben.

  • zoekenA1onregelmatig

    zocht · zochten · hebben gezocht

    to look for

    Ik zoek mijn sleutels.

  • de zoekopdrachtB2

    search query

    Verfijn je zoekopdracht met een extra woord.

  • de zoektochtB1

    search, quest

    Na een lange zoektocht vond ze eindelijk een huis.

  • zoenenB2

    zoende · hebben gezoend

    to kiss

    Bij het afscheid zoende zij haar oma drie keer.

  • zoetA2

    sweet

    Deze appel is heel zoet.


    fresh (of water)

    In de sloot staat zoet water, geen zeewater.

  • zogehetenB2

    so-called

    De wijk krijgt een zogeheten deelauto voor alle bewoners.

  • zogenaamdB1

    so-called; supposedly

    Hij was zogenaamd ziek, maar ging naar het strand.

  • zoietsA2

    something like that

    Zoiets heb ik nog nooit meegemaakt.

  • zojuistB1

    just now

    Ik heb zojuist uw mail ontvangen.

  • zolangB1

    as long as

    Je mag hier blijven zolang je wilt.

  • de zolderA1

    attic

    De oude spullen liggen op zolder.

  • zomaarA2

    just like that, for no reason

    Hij kwam zomaar binnen zonder te kloppen.

  • de zomerA1

    summer

    In de zomer gaan we naar het strand.

  • de zonA2

    sun

    De zon schijnt eindelijk.

  • de zondagA1

    Sunday

    Zondag zijn veel winkels dicht.