Woordenschat
7809 woorden · pagina 306 van 313
de zegeB2
victory, win
Het Nederlands elftal behaalde een mooie zege.
de zegenB1
blessing
Na die droge zomer was de regen een zegen.
zeggenA1onregelmatig
zei · zeiden · hebben gezegd
to say
Wat zei je?
het zeilB1
sail
De boot heeft een groot wit zeil.
zeilenB1
zeilde · hebben gezeild
to sail
In de zomer zeilen we op de Friese meren.
zekerA1
certain, sure
Weet je dat zeker?
de zekerheidB1
certainty, security
Een vast contract geeft meer zekerheid.
zeldenA2
rarely
Ik ga zelden naar de bioscoop.
zeldzaamB1
rare
Deze vogel is heel zeldzaam in Nederland.
zelfA1
self, oneself
Dat heb ik zelf gemaakt.
het zelfbeeldB2
self-image
Sociale media beïnvloeden het zelfbeeld van jongeren.
de zelfbeheersingB2
self-control
Hij verloor even zijn zelfbeheersing.
de zelfmoordB1
suicide
Wie aan zelfmoord denkt, kan anoniem met een hulplijn praten.
de zelfredzaamheidB2
self-reliance
De zorg is gericht op zelfredzaamheid van de patiënt.
zelfsB1
even
Zelfs op zondag werkt hij in de winkel.
de zelfscankassaB2
self-checkout
Bij de zelfscankassa is bijna nooit rij.
de zelfspotB2
self-mockery
Zelfspot maakt iemand sympathiek.
zelfstandigB1
self-reliant, independent
Je moet in deze functie zelfstandig kunnen werken.
de zelfstandigeB2
self-employed person
Als zelfstandige regel je je eigen pensioen.
de zelfstandigheidB1
independence
De functie vraagt veel zelfstandigheid.
de zelfstudieB1
self-study
Naast de les doe ik veel zelfstudie.
het zelfvertrouwenB1
self-confidence
Door de cursus kreeg ze meer zelfvertrouwen.
zendenB1onregelmatig
zond · zonden · hebben gezonden
to send; to broadcast
De omroep zendt de wedstrijd live uit.
de zenderB2
channel, station
Deze zender brengt vooral documentaires.
de zendmastB2
transmission mast
De nieuwe zendmast stuitte op bezwaren.

