Woordenschat
104 woorden · pagina 3 van 5
meemakenA2scheidbaar
maakte mee · hebben meegemaakt
to experience, to go through
Ik heb veel meegemaakt dit jaar.
meenemenA2scheidbaaronregelmatig
nam mee · namen mee · hebben meegenomen
to bring along
Neem je paspoort mee.
to take into account
We nemen jouw voorstel mee in het besluit.
nadenkenA2scheidbaaronregelmatig
dacht na · dachten na · hebben nagedacht
to think over
Ik moet er nog even over nadenken.
nakijkenA2scheidbaaronregelmatig
keek na · keken na · hebben nagekeken
to mark, to correct (work)
De docent moet vanavond nog veertig toetsen nakijken.
navragenB1scheidbaaronregelmatig
vroeg na · vroegen na · hebben nagevraagd
to check, to enquire about
Ik zal het even navragen bij de gemeente.
omgaanB1scheidbaaronregelmatig
ging om · gingen om · zijn omgegaan
to deal with, to handle (omgaan met)
Hoe ga je om met stress op je werk?
opbellenA2scheidbaar
belde op · hebben opgebeld
to call up
Ik bel je morgen op.
opbergenA2scheidbaaronregelmatig
borg op · borgen op · hebben opgeborgen
to put away, to store
Berg je spullen op in de kast.
ophalenA2scheidbaar
haalde op · hebben opgehaald
to pick up
Ik haal je om zeven uur op.
oplettenA2scheidbaar
lette op · hebben opgelet
to pay attention
Let goed op bij het oversteken.
oplossenB1scheidbaar
loste op · hebben opgelost
to solve; to dissolve
Samen kunnen we dit probleem vast oplossen.
opnemenB1scheidbaaronregelmatig
nam op · namen op · hebben opgenomen
to answer (the phone); to record
Ik bel hem al de hele dag, maar hij neemt niet op.
to withdraw (money)
Ik wil honderd euro van mijn rekening opnemen.
opruimenA2scheidbaar
ruimde op · hebben opgeruimd
to tidy up
Ruim je spullen even op.
opschrijvenA2scheidbaaronregelmatig
schreef op · schreven op · hebben opgeschreven
to write down
Kun je je telefoonnummer even voor mij opschrijven?
opsturenA2scheidbaar
stuurde op · hebben opgestuurd
to send (by post)
Ik moet dit formulier vandaag nog naar de gemeente opsturen.
optillenA2scheidbaar
tilde op · hebben opgetild
to lift up, to pick up
Ik kan mijn zware koffer niet alleen optillen.
optredenA2scheidbaaronregelmatig
trad op · traden op · hebben opgetreden
to perform (on stage)
De band treedt zaterdag op.
het optreden
performance
Het optreden van de band duurde twee uur.
opvallenA2scheidbaaronregelmatig
viel op · vielen op · zijn opgevallen
to stand out, to strike one
Het valt me op dat je beter spreekt.
opwarmenA2scheidbaar
warmde op · hebben opgewarmd
to heat up
Warm het eten even op in de magnetron.
opzeggenA2scheidbaaronregelmatig
zei op · zeiden op · hebben opgezegd
to terminate, to cancel
Ik wil mijn contract opzeggen.
opzoekenA2scheidbaaronregelmatig
zocht op · zochten op · hebben opgezocht
to look up (in a source)
Zoek het woord even op.
to go and see, to visit (someone)
Ik ga dit weekend mijn oma opzoeken.
overboekenB1scheidbaar
boekte over · hebben overgeboekt
to transfer (money)
Ik heb het bedrag gisteren overgeboekt.
overnemenB1scheidbaaronregelmatig
nam over · namen over · hebben overgenomen
to take over
Kun jij mijn dienst morgen overnemen?
overstappenA2scheidbaar
stapte over · zijn overgestapt
to change (trains)
In Utrecht moet je overstappen.
to switch (to another provider)
Veel mensen stappen over naar een goedkopere zorgverzekering.
overstekenB1scheidbaaronregelmatig
stak over · staken over · zijn overgestoken
to cross (a road)
Steek hier voorzichtig over.

