Je EigenRoute
InloggenRegistreren

Woordenschat

2767 woorden · pagina 29 van 111

  • het gebakA1

    pastry, cake

    Bij de koffie was er gebak.

  • gebeurenA1

    gebeurde · zijn gebeurd

    to happen

    Wat is er gebeurd?

  • de gebeurtenisB1

    event, occurrence

    De krant schrijft over de belangrijkste gebeurtenissen van het jaar.

  • het gebiedB1

    area, zone

    In dit gebied mag je geen huizen bouwen.

  • geborenA1

    born

    Ik ben in 1990 in Syrië geboren.

  • het gebouwA2

    building

    Het gemeentehuis is een groot wit gebouw.

  • het gebruikA1

    use

    Het gebruik van de app is gratis.

  • gebruikelijkA2

    customary, usual

    Het is hier gebruikelijk om af te spreken.

  • gebruikenA1

    gebruikte · hebben gebruikt

    to use

    Mag ik je telefoon even gebruiken?

  • de gebruikerB1

    user

    Elke gebruiker krijgt een eigen wachtwoord.

  • de gedachteB1

    thought

    Ik kan die gedachte niet uit mijn hoofd krijgen.

  • het gedeelteB1

    part, section

    Een groot gedeelte van de stad heeft geen stroom.

  • het gedichtA2

    poem

    Dit gedicht staat in elk schoolboek.

  • het gedragB1

    behaviour

    De leraar praat met de ouders over het gedrag van hun zoon.

  • zich gedragenB1wederkerendonregelmatig

    gedroeg · gedroegen · hebben gedragen

    to behave

    De kinderen gedroegen zich keurig op het feest.

  • geduldigA2

    patient

    De docent is heel geduldig.

  • geelA1

    yellow

    De bloemen in de tuin zijn geel.

  • geenA1

    no, not a

    Ik heb geen tijd.

  • het geheimA2

    secret

    Kun jij een geheim voor je zus bewaren?

  • geïnteresseerdB1

    interested

    Ik ben erg geïnteresseerd in de geschiedenis van Nederland.

  • geïrriteerdA2

    irritated

    Hij raakte geïrriteerd door het wachten.

  • gekA2

    crazy, strange

    Wat een gek idee, dat werkt toch niet!

  • het geldA1

    money

    Ik heb geen geld bij me.

  • de geldautomaatA2

    cash machine, ATM

    Er staat een geldautomaat bij de supermarkt.

  • het geldbedragA2

    sum of money

    Vul het geldbedrag in cijfers in.