Woordenschat
1768 woorden · pagina 28 van 71
de kantoorurenA2
office hours
Bel tijdens kantooruren.
het karakterB1
character
Zij heeft een sterk en vrolijk karakter.
de kassaA2
checkout
Bij de kassa is een lange rij.
de kassamedewerkerA2
checkout assistant
De kassamedewerker was heel vriendelijk.
de kastA1
cupboard, wardrobe
Je jas hangt in de kast.
de keelA1
throat
Ik heb pijn in mijn keel.
de keelpijnA2
sore throat
Ik heb keelpijn en kan slecht slikken.
de keerA1
time (occurrence)
Ik ga twee keer per week sporten.
de kelderA1
cellar, basement
De fietsen staan in de kelder.
de kennisA1
knowledge
Hij heeft veel kennis van computers.
acquaintance
Een kennis van mij werkt bij die school.
de kennistoetsB1
knowledge test
De kennistoets bestaat uit veertig vragen.
de kerkA1
church
De kerk staat op het plein.
de keukenA1
kitchen
De keuken is net schoongemaakt.
de keuzeA2
choice
Er is genoeg keuze.
de kiloA1
kilo
Een kilo appels kost op de markt twee euro.
de kilometerB1
kilometre
Het is nog twintig kilometer rijden.
de kinA1
chin
Hij stootte zijn kin bij het vallen.
het kindA1
child
Het kind speelt in de tuin.
de kinderbijslagA2
child benefit
Ouders krijgen elk kwartaal kinderbijslag.
de kipA1
chicken
Ik eet liever kip dan rundvlees.
de klachtB1
complaint, symptom
Vertel de arts precies wat uw klachten zijn.
de klachtbriefB1
letter of complaint
Ik heb een klachtbrief naar het bedrijf gestuurd.
het klachtenformulierB1
complaint form
Vul eerst het klachtenformulier in.
de klachtenprocedureB1
complaints procedure
Elke organisatie heeft een klachtenprocedure.
de klantA2
customer
De klant heeft altijd gelijk.

