Je EigenRoute
InloggenRegistreren

Woordenschat

7085 woorden · pagina 225 van 284

  • het theaterbezoekB1

    theatre visit

    Een theaterbezoek is best duur.

  • de theeA1

    tea

    Ik drink liever thee dan koffie.

  • het themaB1

    theme

    Het thema van de les is wonen in Nederland.

  • theoretischB1

    theoretical

    Theoretisch klopt het, maar in de praktijk niet.

  • de theorieA2

    theory

    In theorie klopt het, in de praktijk niet.

  • de theorievormingB2

    theory building

    Deze studie draagt bij aan de theorievorming.

  • de therapieB1

    therapy

    Hij volgt therapie na het ongeluk.

  • de therapietrouwB2

    treatment adherence

    Therapietrouw bepaalt vaak het resultaat.

  • de therapievormB2

    form of therapy

    Er bestaan verschillende therapievormen.

  • de thermometerA2

    thermometer

    Meet even met de thermometer.

  • de thermostaatA2

    thermostat

    Zet de thermostaat op negentien graden.

  • de thrillerB2

    thriller

    Zij leest vooral thrillers.

  • het thuisA1

    at home

    Vandaag werk ik thuis.

  • thuisblijvenA2scheidbaaronregelmatig

    bleef thuis · bleven thuis · zijn thuisgebleven

    to stay at home

    Ik blijf vandaag thuis.

  • het thuisgevoelB2

    feeling at home

    Na drie jaar kreeg zij eindelijk een thuisgevoel.

  • thuiskomenA2scheidbaaronregelmatig

    kwam thuis · kwamen thuis · zijn thuisgekomen

    to come home

    Hoe laat kom je vanavond thuis?

  • thuiswerkenB2scheidbaar

    werkte thuis · hebben thuisgewerkt

    working from home

    Twee dagen thuiswerken is nu normaal.

  • de thuiswerkvergoedingB2

    working-from-home allowance

    De thuiswerkvergoeding is twee euro per dag.

  • de thuiszorgB1

    home care

    Mijn vader krijgt thuiszorg twee keer per dag.

  • het ticketA2

    ticket (online, event)

    Ik heb online een ticket voor het concert gekocht.

  • tienA1

    ten

    Ik heb nog tien minuten.

  • de tienerA2

    teenager

    Mijn zoon is nu een tiener en wil veel alleen doen.

  • het tienminutengesprekB2

    ten-minute parent-teacher talk

    In het tienminutengesprek bespreek je het rapport.

  • het tientalB1

    about ten

    Een tiental mensen wachtte al voor de deur.

  • de tijdA1

    time

    Ik heb geen tijd vandaag.