Je EigenRoute
InloggenRegistreren

Woordenschat

5480 woorden · pagina 209 van 220

  • het werkplanA2

    work plan

    We maken eerst een werkplan.

  • de werkplekA2

    workplace, desk

    Mijn werkplek is bij het raam.

  • het werkplezierB1

    enjoyment of work

    Werkplezier is net zo belangrijk als salaris.

  • het werkprocesB2

    work process

    Het werkproces staat in een handboek beschreven.

  • de werkrelatieB1

    working relationship

    Een goede werkrelatie maakt het werk prettiger.

  • het werkritmeB1

    work rhythm

    Na de vakantie moet ik mijn werkritme weer vinden.

  • het werkroosterB2

    work schedule

    Het werkrooster komt een week van tevoren.

  • het werkschemaB1

    work schedule

    Mijn werkschema wisselt per week.

  • de werksfeerB1

    working atmosphere

    De werksfeer op kantoor is prettig.

  • de werksituatieB1

    work situation

    Beschrijf je huidige werksituatie.

  • de werkstageB1

    work placement

    Zijn werkstage duurt drie maanden.

  • het werkstukB1

    school project, paper

    Voor biologie moet ik een werkstuk over bijen maken.

  • de werktevredenheidB1

    job satisfaction

    De werktevredenheid is gestegen na de reorganisatie.

  • de werktijdA2

    working hours

    Mijn werktijd is van acht tot vijf.

  • het werkveldB2

    field of work

    Het werkveld verandert snel.

  • de werkverdelingB1

    distribution of work

    De werkverdeling is eerlijk geregeld.

  • de werkvergunningB2

    work permit

    Voor sommige nationaliteiten is een werkvergunning nodig.

  • de werkvormB2

    teaching format, activity type

    De docent wisselt van werkvorm.

  • de werkweekA2

    working week

    Een werkweek is hier 36 uur.

  • de werkwoordsvormB2

    verb form

    Kies de juiste werkwoordsvorm.

  • de werkzekerheidB2

    job security

    Vaste contracten bieden meer werkzekerheid.

  • de werkzoekendeB2

    job seeker

    Het aantal werkzoekenden daalt.

  • de wervelkolomB2

    spine

    De wervelkolom bestaat uit drieëndertig wervels.

  • het westenA2

    west

    De zon gaat onder in het westen.

  • de wetA1

    law

    Dat is bij wet verboden.