Woordenschat
27 woorden · pagina 2 van 2
voorbereidenA2scheidbaar
bereidde voor · hebben voorbereid
to prepare (something)
We bereiden de vergadering samen voor.
zich voorbereidenwederkerend
to prepare oneself, to get ready
Ik bereid me voor op het examen.
zich ziekmeldenA2scheidbaarwederkerend
meldde ziek · hebben ziekgemeld
to call in sick
Je moet je voor negen uur ziekmelden.

