Je EigenRoute
InloggenRegistreren

Woordenschat

153 woorden · pagina 2 van 7

  • drieA1

    three

    De les duurt drie uur.

  • duizendA1

    thousand

    Er kwamen duizend bezoekers.

  • éénA1

    one

    Ik heb maar één broer en twee zussen.

  • eersteA1

    first

    Dit is mijn eerste dag hier.

  • elfA1

    eleven

    De winkel sluit om elf uur.

  • elkA1

    each, every

    Elk kind krijgt een klein cadeautje van de juf.

  • elkaarA1

    each other

    We helpen elkaar.

  • enA1

    and

    Ik neem brood en kaas.

  • gedurendeB2

    during (formal)

    Gedurende de zomer is de bibliotheek korter open.

  • geenA1

    no, not a

    Ik heb geen tijd.

  • goedemorgenA1

    good morning

    Goedemorgen, komt u binnen.

  • het haarA1

    hair

    Zij heeft lang haar.


    her

    Anna zoekt haar sleutels in haar tas.

  • halloA1

    hello

    Hallo, hoe gaat het?

  • hoeA1

    how

    Hoe gaat het met je?

  • hoelangA1

    how long

    Hoelang woon je al in Nederland?

  • hoeveelA1

    how much, how many

    Hoeveel kost dit?

  • hoewelA2

    although

    Hoewel het regende, gingen we toch.

  • hoiA1

    hi

    Hoi, hoe is het?

  • honderdA1

    hundred

    Dat kost ongeveer honderd euro.

  • iedereA1

    every, each

    Iedere maandag heb ik les.

  • iedereenA1

    everyone

    Iedereen is welkom.

  • iemandA1

    someone

    Er staat iemand voor de deur.

  • ietsA1

    something

    Wil je iets drinken?

  • inA1

    in

    Het zit in de kast.

  • indienB2

    if (formal)

    Indien u niet reageert, vervalt het aanbod.