Je EigenRoute
InloggenRegistreren

Woordenschat

175 woorden · pagina 2 van 7

  • bewegenB1onregelmatig

    bewoog · bewogen · hebben bewogen

    to move, to exercise

    Probeer elke dag genoeg te bewegen.

  • zich bezighoudenB1scheidbaarwederkerendonregelmatig

    hield bezig · hielden bezig · hebben beziggehouden

    to be occupied with, to deal with

    Zij houdt zich bezig met vrijwilligerswerk.

  • bezoekenA2onregelmatig

    bezocht · bezochten · hebben bezocht

    to visit

    We bezoeken zondag mijn ouders.

  • biddenB1onregelmatig

    bad · baden · hebben gebeden

    to pray

    Mijn grootmoeder bidt elke avond voor het slapen.

  • biedenB1onregelmatig

    bood · boden · hebben geboden

    to offer, to provide

    De gemeente biedt hulp bij het zoeken naar werk.

  • bijkomenB1scheidbaaronregelmatig

    kwam bij · kwamen bij · zijn bijgekomen

    to recover, to catch one's breath

    Ik ben nog aan het bijkomen van de reis.

  • blijkenB1onregelmatig

    bleek · bleken · zijn gebleken

    to turn out, to appear

    Het bleek dat niemand de sleutel had.

  • blijvenA1onregelmatig

    bleef · bleven · zijn gebleven

    to stay

    Blijf je vanavond eten?

  • brekenA2onregelmatig

    brak · braken · hebben/zijn gebroken

    to break

    Ze is gevallen en heeft haar arm gebroken.

  • brengenA1onregelmatig

    bracht · brachten · hebben gebracht

    to bring, to take

    Ik breng de kinderen naar school.

  • deelnemenB1scheidbaaronregelmatig

    nam deel · namen deel · hebben deelgenomen

    to take part

    Iedereen kan aan de cursus deelnemen.

  • denkenA1onregelmatig

    dacht · dachten · hebben gedacht

    to think

    Ik denk dat het goed komt.

  • doenA1onregelmatig

    deed · deden · hebben gedaan

    to do

    Wat doe je in het weekend?

  • doorgaanB1scheidbaaronregelmatig

    ging door · gingen door · zijn doorgegaan

    to go ahead, to take place; to continue

    Door de regen kan de markt vandaag niet doorgaan.

  • doorgevenB1scheidbaaronregelmatig

    gaf door · gaven door · hebben doorgegeven

    to pass on

    Kun je dat aan je collega doorgeven?


    to report, to pass on (information)

    Geef een adreswijziging door aan de gemeente.

  • doorverbindenB1scheidbaaronregelmatig

    verbond door · verbonden door · hebben doorverbonden

    to put through (a call)

    Ik verbind u door met de juiste afdeling.

  • doorverwijzenB1scheidbaaronregelmatig

    verwees door · verwezen door · hebben doorverwezen

    to refer on

    De huisarts verwees mij door naar het ziekenhuis.

  • dragenA1onregelmatig

    droeg · droegen · hebben gedragen

    to wear; to carry

    Hij draagt een zwarte jas.

  • drinkenA1onregelmatig

    dronk · dronken · hebben gedronken

    to drink

    Wat wil je drinken?

  • duikenB1onregelmatig

    dook · doken · hebben/zijn gedoken

    to dive

    De jongens duiken van de brug in het water.

  • dwingenB1onregelmatig

    dwong · dwongen · hebben gedwongen

    to force

    Niemand kan je dwingen om te stoppen met je studie.

  • eruitzienA2scheidbaaronregelmatig

    zag eruit · zagen eruit · hebben eruitgezien

    to look (like), to appear

    Weet jij hoe de nieuwe buurman eruitziet?

  • ervarenA2onregelmatig

    ervoer · ervoeren · hebben ervaren

    to experience

    Veel mensen ervaren het examen als stressvol.

  • etenA1onregelmatig

    at · aten · hebben gegeten

    to eat

    Wij eten meestal om zes uur.


    het eten

    food

    Nederlands eten is soms heel simpel.

  • gaanA1onregelmatig

    ging · gingen · zijn gegaan

    to go

    Ik ga morgen naar Amsterdam.