Woordenschat
430 woorden · pagina 18 van 18
de zondagA1
Sunday
Zondag zijn veel winkels dicht.
de zoonA1
son
Hun zoon gaat naar school.
het zoutA1
salt
Er zit te veel zout in.
salty
De soep is me veel te zout.
de zusA1
sister
Ik bel mijn zus elke week.
de zwagerA1
brother-in-law
Mijn zwager woont in Rotterdam.

