Woordenschat
4334 woorden · pagina 167 van 174
wezenlijkB1
essential, fundamental
Er is geen wezenlijk verschil tussen de twee aanbiedingen.
wieA1
who
Wie is dat?
het wielA2
wheel
Er zit een slag in het wiel van mijn fiets.
wijdenB1
wijdde · hebben gewijd
to devote, to dedicate
Hij wijdt zijn vrije tijd aan vrijwilligerswerk.
de wijkA2
district, neighbourhood
Wij wonen in een rustige wijk aan de rand van de stad.
de wijkagentB1
community police officer
De wijkagent kent iedereen in de buurt.
de wijkbewonerB1
neighbourhood resident
De wijkbewoners kwamen bijeen in het buurthuis.
het wijkcentrumB1
community centre
In het wijkcentrum zijn gratis activiteiten.
wijkenB1onregelmatig
week · weken · zijn geweken
to give way, to yield; to recede
De fietser moest wijken voor een vrachtwagen.
de wijnA2
wine
Bij het eten drinken ze een glas rode wijn.
wijsB1
wise
Mijn grootvader was een wijze en rustige man.
de wijsheidB1
wisdom
Met de jaren komt de wijsheid, zegt mijn oma.
de wijzeB1
manner, way (formal)
Op deze wijze leer je de woorden sneller.
wijzenB1onregelmatig
wees · wezen · hebben gewezen
to point
Zij wees naar het huis aan de overkant.
de wijzigingB1
change, amendment
Geef een wijziging van uw adres door aan de gemeente.
de wilB1
will
Met een sterke wil kun je veel bereiken.
wildB1
wild
In dit park leven wilde paarden.
willekeurigB1
random, arbitrary
Kies een willekeurig getal tussen één en tien.
willenA1onregelmatig
wilde · wilden · hebben gewild
to want
Ik wil graag koffie.
de windB1
wind
Er staat vandaag veel wind.
de windkrachtB1
wind force
Er wordt windkracht acht verwacht.
de windmolenB1
windmill, wind turbine
Langs de kust staan veel windmolens.
de winkelA2
shop
De winkel is op zondag gesloten.
het winkelcentrumA2
shopping centre
Het winkelcentrum is net verbouwd.
winkelenA2
winkelde · hebben gewinkeld
to go shopping
Op zaterdag gaan we graag winkelen in de stad.

