Je EigenRoute
InloggenRegistreren

Woordenschat

7085 woorden · pagina 166 van 284

  • de oppositieB2

    opposition

    De oppositie stemde tegen.

  • oprechtB2

    sincere

    Zijn excuses klonken oprecht.

  • oprichtenB1scheidbaar

    richtte op · hebben opgericht

    to found, to establish

    Zij heeft samen met haar zus een bedrijf opgericht.

  • de oprichterB1

    founder

    De oprichter van het bedrijf was een boer.

  • de oprichtingB2

    founding, establishment

    De vereniging viert vijftig jaar sinds de oprichting.

  • de oproepB1

    call, appeal

    De politie doet een oproep aan getuigen om zich te melden.

  • oproepenB1scheidbaaronregelmatig

    riep op · riepen op · hebben opgeroepen

    to call on, to summon

    De burgemeester roept iedereen op om binnen te blijven.

  • de oproepkrachtB2

    on-call worker

    Als oproepkracht weet je nooit hoeveel je werkt.

  • opruimenA2scheidbaar

    ruimde op · hebben opgeruimd

    to tidy up

    Ruim je spullen even op.

  • opschrijvenA2scheidbaaronregelmatig

    schreef op · schreven op · hebben opgeschreven

    to write down

    Kun je je telefoonnummer even voor mij opschrijven?

  • opslaanB1scheidbaaronregelmatig

    sloeg op · sloegen op · hebben opgeslagen

    to save (a file); to store

    Vergeet niet het document op te slaan.

  • de opslagB2

    storage; pay rise

    Het bedrijf huurt een ruimte voor de opslag van spullen.

  • opsluitenB1scheidbaaronregelmatig

    sloot op · sloten op · hebben opgesloten

    to lock up

    De hond werd de hele dag in het huis opgesloten.

  • de opsporingB2

    criminal investigation

    De opsporing van de daders duurde maanden.

  • opstaanA2scheidbaaronregelmatig

    stond op · stonden op · zijn opgestaan

    to get up

    Ik sta elke dag om zeven uur op.

  • de opstandB1

    uprising, revolt

    In 1568 begon de opstand tegen de Spaanse koning.

  • opstartenB1scheidbaar

    startte op · hebben opgestart

    to start up, to boot

    Start je computer opnieuw op als hij niet werkt.

  • opstellenB1scheidbaar

    stelde op · hebben opgesteld

    to draw up, to draft

    Samen stellen we een plan van aanpak op.

  • opsturenA2scheidbaar

    stuurde op · hebben opgestuurd

    to send (by post)

    Ik moet dit formulier vandaag nog naar de gemeente opsturen.

  • de optieB2

    option

    Je hebt twee opties: met de bus of met de trein.

  • optillenA2scheidbaar

    tilde op · hebben opgetild

    to lift up, to pick up

    Ik kan mijn zware koffer niet alleen optillen.

  • optimaalB1

    optimal

    Zo kunnen we de ruimte optimaal gebruiken.

  • optimaliserenB2

    optimaliseerde · hebben geoptimaliseerd

    to optimise

    Het proces is verder geoptimaliseerd.

  • optredenA2scheidbaaronregelmatig

    trad op · traden op · hebben opgetreden

    to perform (on stage)

    De band treedt zaterdag op.


    het optreden

    performance

    Het optreden van de band duurde twee uur.

  • opvallenA2scheidbaaronregelmatig

    viel op · vielen op · zijn opgevallen

    to stand out, to strike one

    Het valt me op dat je beter spreekt.