Je EigenRoute
InloggenRegistreren

Woordenschat

4334 woorden · pagina 159 van 174

  • voorschrijvenB1scheidbaaronregelmatig

    schreef voor · schreven voor · hebben voorgeschreven

    to prescribe

    De huisarts heeft mij antibiotica voorgeschreven.

  • voorspellenB1

    voorspelde · hebben voorspeld

    to predict, to forecast

    De weerman voorspelt voor morgen veel regen.

  • het voorstelB1

    proposal, suggestion

    Ik heb een voorstel voor ons volgende uitje.

  • voorstellenB1scheidbaar

    stelde voor · hebben voorgesteld

    to propose, to suggest

    Mag ik een andere datum voorstellen?


    to introduce; to imagine (zich voorstellen)

    Mag ik me even voorstellen? Ik ben Sara.

  • de voorstellingB1

    performance

    De voorstelling begint om acht uur.

  • voortaanA2

    from now on

    Voortaan doen we het anders.

  • voortkomenB1scheidbaaronregelmatig

    kwam voort · kwamen voort · zijn voortgekomen

    to result from, to arise from

    Uit het onderzoek komen drie nieuwe ideeën voort.

  • voortzettenB1scheidbaar

    zette voort · hebben voortgezet

    to continue

    Na de pauze zetten we de vergadering voort.

  • vooruitA2

    forward, ahead

    Met je Nederlands ga je echt vooruit, goed zo!

  • de vooruitgangB1

    progress (development)

    Er is veel vooruitgang geboekt in de zorg.

  • het voorvalB1

    occurrence, incident

    De politie onderzoekt het voorval bij het station.

  • de voorwaardeA2

    condition, term

    Lees eerst de voorwaarden.

  • het voorwerpB1

    object, item

    Laat geen waardevolle voorwerpen achter in de auto.

  • voorzichtigA2

    careful

    Rij voorzichtig, de weg is glad.

  • voorzienB1onregelmatig

    voorzag · voorzagen · hebben voorzien

    to provide, to equip; to foresee

    Alle kamers zijn voorzien van een eigen badkamer.

  • de voorzieningB1

    facility, provision

    In de wijk zijn goede voorzieningen.

  • de voorzitterB1

    chair(person)

    De voorzitter opent de vergadering om acht uur.

  • vorderenB1

    vorderde · hebben gevorderd

    to progress; to claim, to demand

    De bouw van het nieuwe station vordert goed.

  • vorenB1

    forward, to the fore

    Er kwamen nieuwe problemen naar voren tijdens het gesprek.

  • vorigA1

    previous, last

    Vorig jaar woonde ik nog in Polen.

  • de vorkA1

    fork

    Er ligt geen vork op tafel.

  • de vormB1

    form, shape

    Deze tafel heeft een ronde vorm.

  • vormenB1

    vormde · hebben gevormd

    to form

    De kinderen vormen een kring rond de leraar.

  • de vorstB1

    frost

    Vannacht wordt er vorst verwacht.


    monarch, sovereign

    De vorst opende zelf het nieuwe gebouw.

  • de vraagA1

    question

    Mag ik u een vraag stellen over het formulier?