Je EigenRoute
InloggenRegistreren

Woordenschat

4334 woorden · pagina 157 van 174

  • de voicemailB1

    voicemail

    Ik heb een bericht op je voicemail ingesproken.

  • volA1

    full

    De bus is helemaal vol.

  • voldoenB1onregelmatig

    voldeed · voldeden · hebben voldaan

    to meet, to satisfy (voldoen aan)

    Uw aanvraag moet aan alle voorwaarden voldoen.

  • voldoendeA2

    sufficient; pass mark

    Voor dit examen heb je een voldoende nodig.

  • volgenA2

    volgde · hebben/zijn gevolgd

    to follow; to take (a course)

    Ik volg een cursus Nederlands bij de bibliotheek.

  • volgendA1

    next

    Volgende week begin ik met de cursus.

  • volgensA2

    according to

    Volgens de dokter moet ik meer bewegen.

  • de volgordeB1

    order, sequence

    Zet de zinnen in de goede volgorde.

  • volhoudenB1scheidbaaronregelmatig

    hield vol · hielden vol · hebben volgehouden

    to keep going

    Het is zwaar, maar hij houdt vol.

  • het volkB1

    people, nation

    Het volk kiest elke vier jaar een nieuw parlement.

  • volledigB1

    complete, full

    Vul het formulier volledig en duidelijk in.

  • volstrektB1

    absolutely, utterly

    Wat hij over de buren vertelt, is volstrekt onzin.

  • voltooienB1

    voltooide · hebben voltooid

    to complete

    Zij heeft haar opleiding met succes voltooid.

  • het volumeB1

    volume

    Zet het volume van de tv wat zachter.

  • volwassenA2

    adult, grown-up

    Mijn kinderen zijn al volwassen en wonen op zichzelf.

  • de volwasseneB1

    adult (person)

    Deze cursus is voor volwassenen die Nederlands leren.

  • de vondstB1

    find, discovery

    Bij het graven deden de arbeiders een bijzondere vondst.

  • voorA1

    for; before

    Dit cadeau is voor jou.

  • vooraanB1

    at the front

    Bij het concert stonden we helemaal vooraan.

  • voorafgaanB1scheidbaaronregelmatig

    ging vooraf · gingen vooraf · zijn voorafgegaan

    to precede

    Aan de operatie gaat een gesprek met de arts vooraf.

  • vooralA1

    especially, mainly

    Ik oefen vooral spreken.

  • het voorbeeldA2

    example

    Kun je een voorbeeld geven?

  • voorbereidenA2scheidbaar

    bereidde voor · hebben voorbereid

    to prepare (something)

    We bereiden de vergadering samen voor.


    zich voorbereidenwederkerend

    to prepare oneself, to get ready

    Ik bereid me voor op het examen.

  • de voorbereidingB1

    preparation

    Een goede voorbereiding is de helft van het werk.

  • voorbijA2

    over, past

    De zomer is weer veel te snel voorbij.