Je EigenRoute
InloggenRegistreren

Woordenschat

4334 woorden · pagina 156 van 174

  • de vlinderA2

    butterfly

    In de tuin vliegt een gele vlinder.

  • vloeienB1

    vloeide · zijn gevloeid

    to flow

    Het regenwater vloeit via de goot naar de sloot.

  • de vloerA1

    floor

    De vloer is nog nat.

  • de vloerverwarmingA2

    underfloor heating

    In de badkamer ligt vloerverwarming.

  • de vluchtA2

    flight; escape

    Onze vlucht naar Istanbul heeft twee uur vertraging.

  • de vluchtelingA2

    refugee

    De gemeente vangt vluchtelingen op.

  • vluchtenB1

    vluchtte · zijn gevlucht

    to flee

    Veel mensen vluchtten voor de oorlog naar Europa.

  • de vluchtstrookB1

    hard shoulder

    Sta alleen op de vluchtstrook bij pech.

  • vlugA2

    quick, fast

    Kom vlug, de bus vertrekt bijna!

  • het vochtB1

    moisture, damp; fluid

    Door het vocht in de kelder ontstaat er schimmel.

  • voedenB1

    voedde · hebben gevoed

    to feed, to nourish

    Zij voedt haar baby elke drie uur.

  • de voedingB1

    nutrition, diet

    Gezonde voeding is belangrijk.

  • het voedingsadviesB1

    dietary advice

    De diëtist gaf mij voedingsadvies.

  • het voedingsmiddelA2

    foodstuff

    Sommige voedingsmiddelen bevatten veel zout.

  • de voedingswaardeA2

    nutritional value

    De voedingswaarde staat op de verpakking.

  • het voedselA2

    food (as substance)

    Er wordt veel voedsel weggegooid.

  • voegenB1

    voegde · hebben gevoegd

    to add (to), to attach

    Hij voegde de foto bij zijn e-mail.

  • voelenA1

    voelde · hebben gevoeld

    to feel (something)

    Ik voel de wind in mijn gezicht.


    zich voelenwederkerend

    to feel (well, ill, tired)

    Ik voel me vandaag beter.

  • voerenB1

    voerde · hebben gevoerd

    to conduct (a conversation); to feed

    Gisteren voerden we een lang gesprek over de toekomst.


    to feed (animals)

    Mijn dochter voert elke ochtend de konijnen in de tuin.

  • de voetA1

    foot

    Mijn voet doet zeer.

  • het voetbalA1

    football, soccer

    Op zaterdag kijkt mijn vader altijd voetbal op tv.

  • de voetbalclubA2

    football club

    Mijn zoon is lid van de voetbalclub in ons dorp.

  • voetballenA1

    voetbalde · hebben gevoetbald

    to play football

    De kinderen voetballen na school op het plein.

  • de voetballerA2

    footballer

    Mijn zoon wil later voetballer worden.

  • de vogelB1

    bird

    In de tuin zitten veel vogels.