Woordenschat
4334 woorden · pagina 149 van 174
de verklaringB1
statement; explanation
De getuige legde een verklaring af bij de politie.
verkondigenB1
verkondigde · hebben verkondigd
to proclaim, to announce
Hij verkondigt overal dat hij de beste kok is.
de verkoopA2
sale(s)
De verkoop van elektrische auto's stijgt snel.
verkopenA1onregelmatig
verkocht · verkochten · hebben verkocht
to sell
Ze verkopen hier verse groente.
de verkoperA2
shop assistant, seller
De verkoper hielp me met de maat.
verkoudenA2
having a cold
Ik ben een beetje verkouden.
de verkoudheidA2
a cold
Een verkoudheid duurt meestal een week.
verkrachtenB1
verkrachtte · hebben verkracht
to rape
De man werd veroordeeld omdat hij een vrouw had verkracht.
verkrijgbaarB1
available (for sale)
Dit medicijn is zonder recept verkrijgbaar.
verkrijgenB1onregelmatig
verkreeg · verkregen · hebben verkregen
to obtain
Informatie is te verkrijgen bij de balie.
verlagenB1
verlaagde · hebben verlaagd
to lower, to reduce
De regering wil de belasting op arbeid verlagen.
verlatenB1onregelmatig
verliet · verlieten · hebben verlaten
to leave (a place)
Wij verlaten het gebouw via de nooduitgang.
het verledenB1
past
In het verleden woonden hier vooral boeren.
verlegenA2
shy
Hij is nogal verlegen bij nieuwe mensen.
verleidenB1
verleidde · hebben verleid
to tempt, to seduce
Reclame probeert ons te verleiden om meer te kopen.
verlenenB1
verleende · hebben verleend
to grant, to give
De gemeente verleent een vergunning voor het terras.
de verlichtingB1
lighting; relief
De verlichting in de straat is 's nachts te zwak.
het verliesB1
loss
Het bedrijf maakte vorig jaar verlies.
verliezenA2onregelmatig
verloor · verloren · hebben/zijn verloren
to lose
Ons team heeft de wedstrijd met twee tegen één verloren.
het verlofB1
leave (of absence)
Ze neemt na de geboorte drie maanden verlof.
de verlofdagB1
day off
Ik neem morgen een verlofdag op.
verloofdA1
engaged
Ze zijn sinds vorige maand verloofd.
het verloopB1
course, progress; turnover
Over het verloop van de ziekte is nog weinig bekend.
verlopenB1onregelmatig
verliep · verliepen · zijn verlopen
to expire; to go (well/badly)
Mijn verblijfsvergunning is vorige maand verlopen.
vermakenB1
vermaakte · hebben vermaakt
to amuse, to entertain
De kinderen vermaakten zich prima in de speeltuin.

