Woordenschat
3699 woorden · pagina 134 van 148
de volgordeB1
order, sequence
Zet de zinnen in de goede volgorde.
het volkB1
people, nation
Het volk kiest elke vier jaar een nieuw parlement.
volledigB1
complete, full
Vul het formulier volledig en duidelijk in.
volopB1
plenty, in abundance
In de zomer kun je hier volop genieten van de zon.
voltooienB1
voltooide · hebben voltooid
to complete
Zij heeft haar opleiding met succes voltooid.
volwassenA2
adult, grown-up
Mijn kinderen zijn al volwassen en wonen op zichzelf.
de volwasseneB1
adult (person)
Deze cursus is voor volwassenen die Nederlands leren.
voorA1
for; before
Dit cadeau is voor jou.
voorafB1
beforehand, in advance
Meld je vooraf aan via de website.
voorafgaanB1scheidbaaronregelmatig
ging vooraf · gingen vooraf · zijn voorafgegaan
to precede
Aan de operatie gaat een gesprek met de arts vooraf.
vooralA1
especially, mainly
Ik oefen vooral spreken.
het voorbeeldA2
example
Kun je een voorbeeld geven?
voorbereidenA2scheidbaar
bereidde voor · hebben voorbereid
to prepare (something)
We bereiden de vergadering samen voor.
zich voorbereidenwederkerend
to prepare oneself, to get ready
Ik bereid me voor op het examen.
de voorbereidingB1
preparation
Een goede voorbereiding is de helft van het werk.
voorbijA2
over, past
De zomer is weer veel te snel voorbij.
voordatA2
before (conjunction)
Was je handen voordat je gaat eten.
het voordeelB1
advantage, benefit
Een voordeel van dit huis is de grote tuin.
de voordeurA1
front door
De voordeur zit op slot.
het voorgerechtA2
starter
Als voorgerecht nemen we soep.
voorheenB1
previously, formerly
Voorheen was hier een school, nu zijn het woningen.
het voorjaarB1
spring (season)
In het voorjaar gaan we de tuin opknappen.
de voorkantA2
front
Aan de voorkant van het huis is een kleine tuin.
de voorkeurB1
preference
Mijn voorkeur gaat uit naar een afspraak in de ochtend.
voorkomenA1scheidbaaronregelmatig
kwam voor · kwamen voor · zijn voorgekomen
to occur, to happen
Dat probleem komt hier vaak voor.
voorkómenA2onregelmatig
voorkwam · voorkwamen · hebben voorkomen
to prevent
Met een goede planning voorkom je veel stress.

