Woordenschat
430 woorden · pagina 12 van 18
de peperA1
pepper
Doe er wat peper op.
de pijnA1
pain
Heb je veel pijn?
de pindakaasA1
peanut butter
Pindakaas is populair in Nederland.
de pizzaA1
pizza
Vanavond bestellen we pizza.
de plaatsA1
place, seat
Is deze plaats vrij?
het plafondA1
ceiling
Het plafond is net geverfd.
het planA1
plan
Wat is het plan voor morgen?
de plantA1
plant
Vergeet de planten niet water te geven.
het pleinA1
square
Op het plein is elke week markt.
de politieA1
police
Na het ongeluk belde ik meteen de politie.
de polsA1
wrist
Ik heb mijn pols verstuikt.
pulse
De verpleegkundige voelt eerst je pols.
de portemonneeA1
wallet, purse
Mijn portemonnee zit in mijn tas.
de postzegelA1
stamp
Je hebt een postzegel nodig voor deze brief.
de preiA1
leek
Doe wat prei in de soep.
de prijsA1
price
De prijs staat op het etiket.
prize, award
Zij heeft de eerste prijs gewonnen met haar verhaal.
het probleemA1
problem
We hebben een klein probleem.
de provincieA1
province
Nederland telt twaalf provincies.
de prullenbakA1
waste basket
Gooi het papier in de prullenbak.
het publiekA1
audience; public
Het programma trekt een jong publiek.
het raamA1
window
Het raam staat open.
de radioA1
radio
In de auto luister ik altijd naar de radio.
de reactieA1
comment, response
Onder het bericht staan honderd reacties.
het rechtA1
right (entitlement)
Je hebt recht op een advocaat.
straight
De weg loopt recht naar het centrum.
de regelA1
rule
Dat is hier de regel.
line (of text)
Het antwoord staat op regel twaalf van de tekst.
de regeringA1
government (cabinet)
De regering viel na een jaar.

