Je EigenRoute
InloggenRegistreren

Woordenschat

3699 woorden · pagina 115 van 148

  • terugbrengenA2scheidbaaronregelmatig

    bracht terug · brachten terug · hebben teruggebracht

    to bring back, to return

    Ik moet deze boeken nog terugbrengen naar de bibliotheek.

  • de terugkeerB1

    return

    Na zijn terugkeer uit Syrië vond hij snel werk.

  • terugkerenB1scheidbaar

    keerde terug · zijn teruggekeerd

    to return (formal)

    Na de vakantie keerde hij terug naar Nederland.

  • terugkomenA2scheidbaaronregelmatig

    kwam terug · kwamen terug · zijn teruggekomen

    to come back

    Hij komt volgende week terug.

  • terugvindenB1scheidbaaronregelmatig

    vond terug · vonden terug · hebben teruggevonden

    to find again, to retrieve

    Ik kan mijn bril nergens meer terugvinden.

  • terwijlB1

    while; whereas

    Ik luister naar muziek terwijl ik kook.

  • de testA2

    test (medical, technical)

    De dokter doet een test om te zien wat je hebt.

  • testenA2

    testte · hebben getest

    to test

    De dokter wil je bloed nog een keer testen.

  • tevorenB1

    beforehand (van tevoren)

    Bel even van tevoren als je later komt.

  • tevredenA2

    satisfied

    Zij is tevreden met het resultaat.

  • het theaterB1

    theatre

    In het theater draait een nieuw stuk.

  • het theaterbezoekB1

    theatre visit

    Een theaterbezoek is best duur.

  • de theeA1

    tea

    Ik drink liever thee dan koffie.

  • het themaB1

    theme

    Het thema van de les is wonen in Nederland.

  • de theorieA2

    theory

    In theorie klopt het, in de praktijk niet.

  • de therapieB1

    therapy

    Hij volgt therapie na het ongeluk.

  • de thermometerA2

    thermometer

    Meet even met de thermometer.

  • de thermostaatA2

    thermostat

    Zet de thermostaat op negentien graden.

  • het thuisA1

    at home

    Vandaag werk ik thuis.

  • thuisblijvenA2scheidbaaronregelmatig

    bleef thuis · bleven thuis · zijn thuisgebleven

    to stay at home

    Ik blijf vandaag thuis.

  • thuiskomenA2scheidbaaronregelmatig

    kwam thuis · kwamen thuis · zijn thuisgekomen

    to come home

    Hoe laat kom je vanavond thuis?

  • de thuiszorgB1

    home care

    Mijn vader krijgt thuiszorg twee keer per dag.

  • het ticketA2

    ticket (online, event)

    Ik heb online een ticket voor het concert gekocht.

  • tienA1

    ten

    Ik heb nog tien minuten.

  • de tienerA2

    teenager

    Mijn zoon is nu een tiener en wil veel alleen doen.