Woordenschat
4598 woorden · pagina 102 van 184
de officierB1
officer; prosecutor (officier van justitie)
De officier van justitie eist een hoge straf.
oktoberA1
October
In oktober vallen de bladeren.
de olieA2
oil
Bak het in een beetje olie.
de olifantA2
elephant
De olifant drinkt water met zijn slurf.
de olijfA1
olive
Wil je olijven bij de borrel?
de omaA1
grandmother
Mijn oma woont in een klein dorp.
de ombudsmanB2
ombudsman
De ombudsman onderzocht de klacht.
de omgangB1
contact; dealing with
In de cursus leer je de omgang met lastige klanten.
de omgevingA2
surroundings, area
In de omgeving van ons huis zijn veel parken.
de omleidingB1
diversion, detour
Er is een omleiding vanwege wegwerkzaamheden.
de omroepB2
broadcaster
De publieke omroep wordt deels door de staat betaald.
de omscholingB2
retraining
Omscholing helpt werknemers aan nieuw werk.
de omslagB1
cover; turnaround, change
Op de omslag van het boek staat een foto van de schrijver.
de omstandigheidB1
circumstance
Onder deze omstandigheden kunnen we niet werken.
de omvangB1
size, extent
De omvang van de schade is nog niet bekend.
de omzetB2
turnover, revenue
De omzet groeide met vijf procent.
de onafhankelijkheidB1
independence (of a country)
Suriname vierde in 1975 zijn onafhankelijkheid.
het onbehagenB2
unease
Er heerst een gevoel van onbehagen onder de bevolking.
de onbeleefdheidB2
rudeness
Zulke onbeleefdheid accepteren wij niet.
de onbetrouwbaarheidB2
unreliability
De onbetrouwbaarheid van die bron is bekend.
het onderdakB1
shelter, accommodation
Na de brand vonden de bewoners onderdak bij familie.
het onderdeelB1
part, component
Spreken is een onderdeel van het examen.
de ondergangB1
downfall, ruin; setting (sun)
De slechte keuzes leidden tot de ondergang van het bedrijf.
de onderhandelingB2
negotiation
De onderhandelingen liepen vast.
de onderhandelingsruimteB2
room for negotiation
Er is nog wat onderhandelingsruimte.

