Woordenschat
4598 woorden · pagina 101 van 184
de nootA1
nut
Ik ben allergisch voor noten.
note (in music)
Bij deze noot moet je het pedaal indrukken.
de normB1
norm, standard
Wat als norm geldt, verschilt per generatie.
de normenB1
norms
Normen en waarden verschillen per cultuur.
de normeringB2
grade norming
De normering wordt na afloop vastgesteld.
de notaB1
bill, invoice; memorandum
Na de reparatie kreeg ik een nota van de garage.
de notariskostenB2
notary fees
De notariskosten komen er nog bij.
de notitieB1
note, memo
Ik maakte een notitie tijdens het gesprek.
de notulenB2
minutes (of a meeting)
De notulen van de vorige vergadering zijn goedgekeurd.
novemberA1
November
November is een donkere maand.
de nuanceB2
nuance
In dit debat ontbreekt vaak de nuance.
de nuanceringB2
qualification, nuancing
Zijn betoog mist enige nuancering.
het nuanceverschilB2
difference in nuance
Het nuanceverschil tussen die woorden is klein.
de nuchterheidB2
level-headedness, soberness
Met typische nuchterheid reageerde zij kalm.
het nummerA1
number
Wat is het nummer van je huis?
het nutB1
use, usefulness
Ik zie het nut van deze vergadering niet.
het objectB1
object
Het museum toont objecten uit de Romeinse tijd.
de obligatieB2
bond
Obligaties gelden als minder risicovol.
de oceaanA2
ocean
De oceaan neemt veel warmte op.
de ochtendA1
morning
In de ochtend drink ik koffie.
het octrooiB2
patent (Dutch term)
Het bedrijf vroeg octrooi aan op de techniek.
het oefenexamenB1
practice exam
Maak eerst een oefenexamen.
de oefeningA2
exercise
Maak oefening drie op bladzijde tien.
het oefenmateriaalB1
practice material
Er is genoeg oefenmateriaal online beschikbaar.
de oefentoetsA2
practice test
Maak eerst een oefentoets.
de oeverB2
bank (of a river)
Langs de oever staan wilgen.

