Woordenschat
2767 woorden · pagina 10 van 111
bereikenA1
bereikte · hebben bereikt
to reach
Je kunt mij het beste per mail bereiken.
de bergA2
mountain
In Nederland zijn geen hoge bergen, wel heuvels.
de bergruimteA2
storage space
Er is weinig bergruimte in dit appartement.
het berichtA1
message
Ik stuur je straks een bericht.
beroemdA2
famous
Hij is een beroemde zanger in zijn eigen land.
het beroepA2
profession
Wat is uw beroep?
appeal (against a decision)
Je kunt binnen zes weken in beroep gaan tegen het besluit.
de beroepskeuzeB1
career choice
Zijn beroepskeuze verraste zijn ouders.
de beroepspraktijkB1
professional practice
In de beroepspraktijk werkt dat anders.
de beroepsprocedureB1
appeal procedure
Tegen dit besluit loopt een beroepsprocedure.
beschermenB1
beschermde · hebben beschermd
to protect
Zonnebrandcrème beschermt je huid tegen de zon.
de beschermingB1
protection
Deze crème biedt goede bescherming tegen de zon.
beschikbaarA2
available
Er is nog één plaats beschikbaar.
beschrijvenB1onregelmatig
beschreef · beschreven · hebben beschreven
to describe
Kunt u beschrijven hoe de man eruitzag?
de beschrijvingB1
description
Lees eerst de beschrijving van het product goed.
beslissenB1
besliste · hebben beslist
to decide (make a choice)
Je moet zelf beslissen welke opleiding je kiest.
de beslissingB1
decision (choice)
Het was een moeilijke beslissing om te verhuizen.
het besluitB1
decision
De gemeente heeft een besluit genomen over de nieuwe weg.
besluitenA2onregelmatig
besloot · besloten · hebben besloten
to decide
We hebben besloten te verhuizen.
besprekenB1onregelmatig
besprak · bespraken · hebben besproken
to discuss
Dat bespreken we morgen in de vergadering.
bestaanA1onregelmatig
bestond · bestonden · hebben bestaan
to exist
Zo'n regel bestaat hier niet.
bestedenB1
besteedde · hebben besteed
to spend (time, money)
Hoeveel geld besteed jij per maand aan boodschappen?
bestellenA2
bestelde · hebben besteld
to order
Zullen we pizza bestellen?
de bestellingA2
order
Uw bestelling is onderweg.
de bestemmingA2
destination
We komen om drie uur op onze bestemming aan.
de bestuurderB1
driver; director
De bestuurder van de auto is gewond geraakt.

