Woordenschat
283 woorden · pagina 10 van 12
verdienenA1
verdiende · hebben verdiend
to earn
Hoeveel verdien je per uur?
vergelijkenA2onregelmatig
vergeleek · vergeleken · hebben vergeleken
to compare
Vergelijk beide teksten met elkaar.
vergetenA1onregelmatig
vergat · vergaten · hebben vergeten
to forget
Ik ben mijn telefoon vergeten.
verhuizenA2
verhuisde · zijn verhuisd
to move house
We verhuizen volgende maand naar Rotterdam.
verkopenA1onregelmatig
verkocht · verkochten · hebben verkocht
to sell
Ze verkopen hier verse groente.
verliezenA2onregelmatig
verloor · verloren · hebben/zijn verloren
to lose
Ons team heeft de wedstrijd met twee tegen één verloren.
vermijdenA2onregelmatig
vermeed · vermeden · hebben vermeden
to avoid
Probeer de spits te vermijden.
verplaatsenA2
verplaatste · hebben verplaatst
to move, to reschedule
Kunnen we de afspraak verplaatsen?
zich verslapenA2wederkerendonregelmatig
versliep · versliepen · hebben verslapen
to oversleep
Ik heb me verslapen en kwam te laat.
verspreidenA2
verspreidde · hebben verspreid
to spread
Het bericht werd snel verspreid.
versturenA2
verstuurde · hebben verstuurd
to send off
Verstuur het formulier voor vrijdag.
vertalenA2
vertaalde · hebben vertaald
to translate
Kun je deze brief voor mij in het Engels vertalen?
vertellenA1
vertelde · hebben verteld
to tell
Vertel eens, hoe was je dag?
vertrekkenA2onregelmatig
vertrok · vertrokken · zijn vertrokken
to depart
De trein vertrekt over vijf minuten.
vertrouwenA1
vertrouwde · hebben vertrouwd
to trust
Ik vertrouw mijn buren, ze zijn altijd eerlijk.
het vertrouwen
trust, confidence
Het kost tijd om vertrouwen op te bouwen.
zich vervelenA2wederkerend
verveelde · hebben verveeld
to be bored
De kinderen vervelen zich in de vakantie.
verwachtenA1
verwachtte · hebben verwacht
to expect
We verwachten hem om zes uur.
verwijzenA2onregelmatig
verwees · verwezen · hebben verwezen
to refer
De auteur verwijst naar eerder onderzoek.
verzamelenA2
verzamelde · hebben verzameld
to collect
Hij verzamelt oude postzegels.
verzettenA2
verzette · hebben verzet
to move, to reschedule (an appointment)
Kunnen we de afspraak naar vrijdag verzetten?
zich verzettenwederkerend
to resist, to oppose
Veel bewoners verzetten zich tegen het plan.
zich vestigenA2wederkerend
vestigde · hebben gevestigd
to settle
Veel jonge gezinnen vestigen zich in deze wijk.
vierenA2
vierde · hebben gevierd
to celebrate
We vieren zaterdag de verjaardag van onze zoon.
vindenA1onregelmatig
vond · vonden · hebben gevonden
to find; to think (of)
Ik kan het niet vinden.
vliegenA2onregelmatig
vloog · vlogen · hebben/zijn gevlogen
to fly
We vliegen volgende week naar Marokko.
voelenA1
voelde · hebben gevoeld
to feel (something)
Ik voel de wind in mijn gezicht.
zich voelenwederkerend
to feel (well, ill, tired)
Ik voel me vandaag beter.

