Woordenschat
12 woorden · pagina 1 van 1
de zakA1
pocket; bag
Mijn sleutels zitten in mijn zak.
de zaterdagA1
Saturday
Op zaterdag doe ik boodschappen.
de zeeA1
sea
De zee is vandaag onrustig.
de zeepA1
soap
Was je handen met zeep.
de ziekteA1
illness, disease
Het is een ziekte die vaak voorkomt.
de zolderA1
attic
De oude spullen liggen op zolder.
de zomerA1
summer
In de zomer gaan we naar het strand.
de zondagA1
Sunday
Zondag zijn veel winkels dicht.
de zoonA1
son
Hun zoon gaat naar school.
het zoutA1
salt
Er zit te veel zout in.
salty
De soep is me veel te zout.
de zusA1
sister
Ik bel mijn zus elke week.
de zwagerA1
brother-in-law
Mijn zwager woont in Rotterdam.

