Je EigenRoute
InloggenRegistreren

Woordenschat

55 woorden · pagina 2 van 3

  • zingenA2onregelmatig

    zong · zongen · hebben gezongen

    to sing

    Op verjaardagen zingen we een lied.

  • zittenA1onregelmatig

    zat · zaten · hebben gezeten

    to sit

    Zij zit op de bank.


    to be (in or inside something)

    De sleutels zitten in de zak van mijn jas.

  • zoA1

    so, like this

    Doe het zo.

  • zo'nA2

    such a; about (approx.)

    Ik wil ook zo'n fiets met een mand voorop.

  • zoalsA2

    as, like

    Zoals je weet, zijn wij morgen gesloten.

  • zoekenA1onregelmatig

    zocht · zochten · hebben gezocht

    to look for

    Ik zoek mijn sleutels.

  • zoetA2

    sweet

    Deze appel is heel zoet.


    fresh (of water)

    In de sloot staat zoet water, geen zeewater.

  • zoietsA2

    something like that

    Zoiets heb ik nog nooit meegemaakt.

  • de zolderA1

    attic

    De oude spullen liggen op zolder.

  • zomaarA2

    just like that, for no reason

    Hij kwam zomaar binnen zonder te kloppen.

  • de zomerA1

    summer

    In de zomer gaan we naar het strand.

  • de zonA2

    sun

    De zon schijnt eindelijk.

  • de zondagA1

    Sunday

    Zondag zijn veel winkels dicht.

  • zonderA1

    without

    Koffie zonder suiker, alstublieft.

  • de zoonA1

    son

    Hun zoon gaat naar school.

  • de zorgA2

    care (healthcare)

    De zorg in Nederland is goed geregeld.


    worry

    Maak je geen zorgen, het komt wel goed.

  • zorgenA2

    zorgde · hebben gezorgd

    to ensure; to care for

    Ik zorg dat het op tijd klaar is.

  • de zorgtoeslagA2

    healthcare allowance

    Met een laag inkomen krijg je zorgtoeslag.

  • de zorgverzekeringA2

    health insurance

    Een zorgverzekering is in Nederland verplicht.

  • het zoutA1

    salt

    Er zit te veel zout in.


    salty

    De soep is me veel te zout.

  • zoveelA2

    so much, so many

    Ik heb nog nooit zoveel sneeuw gezien.

  • het zuidenA2

    south

    In het zuiden van Nederland is het vaak warmer.

  • zullenA1onregelmatig

    zou · zouden

    shall, will

    Zullen we koffie drinken?

  • de zusA1

    sister

    Ik bel mijn zus elke week.

  • zuurA2

    sour

    De melk is zuur geworden.