Woordenschat
Filters1
89 woorden · pagina 4 van 4
de woensdagA1
Wednesday
Woensdag zijn de kinderen vrij.
de wondA1
wound
Maak de wond eerst schoon.
de wondverzorgingA2
wound care
De verpleegkundige doet de wondverzorging.
wonenA1
woonde · hebben gewoond
to live, to reside
Wij wonen in Utrecht.
de woningA2
dwelling
Een betaalbare woning vinden is moeilijk.
de woningcorporatieA2
housing association
De woningcorporatie verhuurt sociale woningen.
de woonadresA2
home address
Geef je nieuwe woonadres door aan de gemeente.
de woonkamerA1
living room
De woonkamer is het grootst.
de woonruimteA2
living space
Woonruimte is in deze stad schaars.
het woordA1
word
Ik ken dit woord nog niet.
het woordenboekA2
dictionary
Zoek het woord op in het woordenboek.
wordenA1onregelmatig
werd · werden · zijn geworden
to become
Hij wil dokter worden.
(passive auxiliary: is/are being)
De brief wordt morgen verstuurd.
de worstA1
sausage
Bij de slager kocht ik worst.
de wortelA1
carrot
Doe de wortels in de soep.
root
De wortel van deze boom komt door het tegelpad heen.

