Je EigenRoute
InloggenRegistreren

Woordenschat

163 woorden · pagina 6 van 7

  • volwassenA2

    adult, grown-up

    Mijn kinderen zijn al volwassen en wonen op zichzelf.

  • voorA1

    for; before

    Dit cadeau is voor jou.

  • vooralA1

    especially, mainly

    Ik oefen vooral spreken.

  • het voorbeeldA2

    example

    Kun je een voorbeeld geven?

  • voorbereidenA2scheidbaar

    bereidde voor · hebben voorbereid

    to prepare (something)

    We bereiden de vergadering samen voor.


    zich voorbereidenwederkerend

    to prepare oneself, to get ready

    Ik bereid me voor op het examen.

  • voorbijA2

    over, past

    De zomer is weer veel te snel voorbij.

  • de voordeurA1

    front door

    De voordeur zit op slot.

  • het voorgerechtA2

    starter

    Als voorgerecht nemen we soep.

  • voorkomenA1scheidbaaronregelmatig

    kwam voor · kwamen voor · zijn voorgekomen

    to occur, to happen

    Dat probleem komt hier vaak voor.

  • voorkómenA2onregelmatig

    voorkwam · voorkwamen · hebben voorkomen

    to prevent

    Met een goede planning voorkom je veel stress.

  • voorlezenA2scheidbaaronregelmatig

    las voor · lazen voor · hebben voorgelezen

    to read aloud

    Wil je mij de brief van de school even voorlezen?

  • de voorraadA2

    stock

    We hebben het niet meer op voorraad.

  • de voorraadkastA2

    pantry

    Het meel staat in de voorraadkast.

  • voortaanA2

    from now on

    Voortaan doen we het anders.

  • vooruitA2

    forward, ahead

    Met je Nederlands ga je echt vooruit, goed zo!

  • de voorwaardeA2

    condition, term

    Lees eerst de voorwaarden.

  • vorigA1

    previous, last

    Vorig jaar woonde ik nog in Polen.

  • de vorkA1

    fork

    Er ligt geen vork op tafel.

  • de vraagA1

    question

    Mag ik u een vraag stellen over het formulier?

  • de vrachtwagenA2

    lorry, truck

    Een grote vrachtwagen staat midden op de straat.

  • vragenA1onregelmatig

    vroeg · vroegen · hebben gevraagd

    to ask

    Mag ik iets vragen?


    to ask for, to request

    Hij vraagt zijn buurman om hulp.

  • vreemdA2

    strange; foreign

    Ik hoorde vannacht een vreemd geluid in de keuken.

  • vreselijkA2

    terrible, dreadful (informal)

    Ik had vreselijke hoofdpijn na het feest.

  • de vriendA1

    friend

    Hij is een goede vriend van mij.


    boyfriend, partner

    Ze woont samen met haar vriend in Utrecht.

  • vriendelijkA2

    friendly, kind

    De mensen in deze winkel zijn altijd erg vriendelijk.