Woordenschat
Filters2
15 woorden · pagina 1 van 1
tachtigA1
eighty
Mijn oma is tachtig jaar.
teA1
too (excessively)
Deze jas is te duur voor mij.
to (before an infinitive)
Ik probeer elke dag Nederlands te spreken.
tegenA1
against; to (speaking to)
Zij zegt iets tegen haar buurvrouw in de lift.
tegenoverA2
opposite
De bakker zit tegenover de kerk.
terwijlB1
while; whereas
Ik luister naar muziek terwijl ik kook.
tienA1
ten
Ik heb nog tien minuten.
tijdensA1
during
Tijdens de les mag je niet bellen.
toenA2
when (past); then
Toen ik klein was, woonde ik in een dorp.
totA1
until, up to
De winkel is open tot zes uur.
totdatB1
until
Wacht hier totdat de dokter je roept.
tussenA1
between
De winkel zit tussen de bank en het café.
twaalfA1
twelve
We eten om twaalf uur.
tweeA1
two
Ik heb twee kinderen.
tweedeA1
second
Neem de tweede straat rechts.
twintigA1
twenty
Het kost twintig euro.

