Je EigenRoute
InloggenRegistreren

Woordenschat

13 woorden · pagina 1 van 1

  • tachtigA1

    eighty

    Mijn oma is tachtig jaar.

  • teA1

    too (excessively)

    Deze jas is te duur voor mij.


    to (before an infinitive)

    Ik probeer elke dag Nederlands te spreken.

  • tegenA1

    against; to (speaking to)

    Zij zegt iets tegen haar buurvrouw in de lift.

  • tegenoverA2

    opposite

    De bakker zit tegenover de kerk.

  • tienA1

    ten

    Ik heb nog tien minuten.

  • tijdensA1

    during

    Tijdens de les mag je niet bellen.

  • toenA2

    when (past); then

    Toen ik klein was, woonde ik in een dorp.

  • totA1

    until, up to

    De winkel is open tot zes uur.

  • tussenA1

    between

    De winkel zit tussen de bank en het café.

  • twaalfA1

    twelve

    We eten om twaalf uur.

  • tweeA1

    two

    Ik heb twee kinderen.

  • tweedeA1

    second

    Neem de tweede straat rechts.

  • twintigA1

    twenty

    Het kost twintig euro.