Je EigenRoute
InloggenRegistreren

Woordenschat

139 woorden · pagina 5 van 6

  • de spullenA1

    stuff, belongings

    Neem je spullen mee.

  • staanA1onregelmatig

    stond · stonden · hebben gestaan

    to stand

    De auto staat voor het huis.


    to say, to be written (in a text)

    In de e-mail staat dat de cursus in september begint.

  • de stadA1

    city

    Amsterdam is een grote stad.

  • het stadionA2

    stadium

    Het stadion zat helemaal vol met supporters.

  • de stapA2

    step

    Een cursus volgen is een goede eerste stap naar werk.

  • stappenA2

    stapte · hebben/zijn gestapt

    to step

    Hij stapte snel in de auto en reed weg.

  • startenA2

    startte · hebben/zijn gestart

    to start (up)

    Mijn auto wil vanochtend door de kou niet starten.

  • het statiegeldA2

    deposit (on bottles)

    Op flessen zit statiegeld.

  • het stationA2

    station

    Het station is vlak bij mijn huis.

  • steedsA2

    increasingly; always

    Het wordt steeds drukker op de weg.

  • de steenA2

    stone; brick

    Er ligt een grote steen midden op het fietspad.

  • stelenA2onregelmatig

    stal · stalen · hebben gestolen

    to steal

    Iemand heeft gisteren mijn fiets gestolen.

  • de stemA2

    voice

    Je hebt een mooie stem, zing je vaak?


    vote

    Iedereen vanaf achttien jaar mag zijn stem uitbrengen.

  • stemmenA2

    stemde · hebben gestemd

    to vote

    Bij de verkiezingen mag iedereen stemmen.

  • de sterA2

    star

    Vannacht zie je veel sterren aan de hemel.

  • sterkA1

    strong

    Hij is heel sterk.


    strong (of coffee or tea)

    Ik drink 's ochtends graag sterke koffie.

  • de stiefmoederA1

    stepmother

    Zijn stiefmoeder woont bij hen in huis.

  • stilA1

    quiet, silent

    Wees even stil, alsjeblieft.

  • de stoelA1

    chair

    Neem een stoel en ga zitten.

  • de stoepA2

    pavement

    Loop op de stoep, niet op het fietspad.

  • stofzuigenA2

    stofzuigde · hebben gestofzuigd

    to vacuum

    Ik stofzuig één keer per week.

  • de stofzuigerA2

    vacuum cleaner

    Waar staat de stofzuiger?

  • het stopcontactA1

    power socket

    Er is hier geen stopcontact.

  • stoppenA1

    stopte · hebben/zijn gestopt

    to stop

    Hij is gestopt met roken.

  • de storingA2

    malfunction, breakdown

    Er is een storing in de verwarming.