Woordenschat
Filters1
132 woorden · pagina 2 van 6
passenA2
paste · hebben gepast
to try on; to fit
Mag ik deze broek even passen?
de pastaA1
pasta
Vanavond maak ik pasta.
de patatA1
chips, fries
Op vrijdag eten we patat.
de patiëntB1
patient (under treatment)
De patiënt is goed hersteld.
het patiëntendossierB1
patient file
U mag uw patiëntendossier inzien.
de pauzeA2
break
We hebben om twaalf uur pauze.
de pechA2
breakdown; bad luck
Ik had pech met de auto onderweg.
de peerA1
pear
Deze peer is heel zoet.
de penA1
pen
Heb je een pen voor me?
het pensioenA2
pension, retirement
Zij gaat volgend jaar met pensioen.
de peperA1
pepper
Doe er wat peper op.
perA2
per
De kaartjes kosten tien euro per persoon.
perfectA2
perfect
Je Nederlands is bijna perfect, heel goed gedaan!
de periodeB1
period
In die periode werkte ik in een fabriek.
het perronA2
platform
De trein vertrekt van perron 5.
het personeelA2
staff
Het restaurant zoekt nieuw personeel.
het personeelsgesprekB1
staff interview
Het personeelsgesprek duurt een half uur.
het personeelslidB1
staff member
Elk personeelslid krijgt een eigen pas.
de persoonA2
person
Deze kamer is geschikt voor één persoon.
persoonlijkB1
personal; in person
Ik wil de directeur graag persoonlijk spreken.
de petA2
cap
Mijn zoon draagt altijd een pet op zijn hoofd.
de pijnA1
pain
Heb je veel pijn?
pijnlijkA2
painful
De behandeling is niet pijnlijk.
de pijnstillerA2
painkiller
Neem een pijnstiller tegen de hoofdpijn.
de pilA2
pill
Neem één pil bij het eten.

