Woordenschat
26 woorden · pagina 1 van 2
ondertekenenA2
ondertekende · hebben ondertekend
to sign
Onderteken het contract onderaan.
onderzoekenA2onregelmatig
onderzocht · onderzochten · hebben onderzocht
to investigate
Journalisten onderzoeken de zaak nog.
to examine (a patient)
De huisarts onderzoekt haar knie.
ontbijtenA2onregelmatig
ontbeet · ontbeten · hebben ontbeten
to have breakfast
Wij ontbijten om zeven uur.
ontdekkenA2
ontdekte · hebben ontdekt
to discover
Ik ontdekte een fout in het formulier.
onthoudenA2onregelmatig
onthield · onthielden · hebben onthouden
to remember, to memorise
Ik kan die naam nooit onthouden.
ontmoetenA2
ontmoette · hebben ontmoet
to meet
Ik heb haar op een cursus ontmoet.
ontslaanA2onregelmatig
ontsloeg · ontsloegen · hebben ontslagen
to dismiss, to fire
Er worden dit jaar geen mensen ontslagen.
ontvangenA1onregelmatig
ontving · ontvingen · hebben ontvangen
to receive
Ik heb je bericht ontvangen.
ontwikkelenA1
ontwikkelde · hebben ontwikkeld
to develop (something)
Het bedrijf ontwikkelt een nieuwe app.
zich ontwikkelenwederkerend
to develop, to grow
Kinderen ontwikkelen zich in hun eigen tempo.
opbellenA2scheidbaar
belde op · hebben opgebeld
to call up
Ik bel je morgen op.
opbergenA2scheidbaaronregelmatig
borg op · borgen op · hebben opgeborgen
to put away, to store
Berg je spullen op in de kast.
openenA1
opende · hebben geopend
to open
De winkel opent om negen uur.
ophalenA2scheidbaar
haalde op · hebben opgehaald
to pick up
Ik haal je om zeven uur op.
oplettenA2scheidbaar
lette op · hebben opgelet
to pay attention
Let goed op bij het oversteken.
opruimenA2scheidbaar
ruimde op · hebben opgeruimd
to tidy up
Ruim je spullen even op.
opschrijvenA2scheidbaaronregelmatig
schreef op · schreven op · hebben opgeschreven
to write down
Kun je je telefoonnummer even voor mij opschrijven?
opsturenA2scheidbaar
stuurde op · hebben opgestuurd
to send (by post)
Ik moet dit formulier vandaag nog naar de gemeente opsturen.
optillenA2scheidbaar
tilde op · hebben opgetild
to lift up, to pick up
Ik kan mijn zware koffer niet alleen optillen.
optredenA2scheidbaaronregelmatig
trad op · traden op · hebben opgetreden
to perform (on stage)
De band treedt zaterdag op.
het optreden
performance
Het optreden van de band duurde twee uur.
opvallenA2scheidbaaronregelmatig
viel op · vielen op · zijn opgevallen
to stand out, to strike one
Het valt me op dat je beter spreekt.
opwarmenA2scheidbaar
warmde op · hebben opgewarmd
to heat up
Warm het eten even op in de magnetron.
opzeggenA2scheidbaaronregelmatig
zei op · zeiden op · hebben opgezegd
to terminate, to cancel
Ik wil mijn contract opzeggen.
opzoekenA2scheidbaaronregelmatig
zocht op · zochten op · hebben opgezocht
to look up (in a source)
Zoek het woord even op.
to go and see, to visit (someone)
Ik ga dit weekend mijn oma opzoeken.
organiserenA2
organiseerde · hebben georganiseerd
to organise
Wij organiseren zaterdag een feest voor de buren.
overstappenA2scheidbaar
stapte over · zijn overgestapt
to change (trains)
In Utrecht moet je overstappen.
to switch (to another provider)
Veel mensen stappen over naar een goedkopere zorgverzekering.

