Je EigenRoute
InloggenRegistreren

Woordenschat

18 woorden · pagina 1 van 1

  • omgaanB1scheidbaaronregelmatig

    ging om · gingen om · zijn omgegaan

    to deal with, to handle (omgaan met)

    Hoe ga je om met stress op je werk?

  • onderzoekenA2onregelmatig

    onderzocht · onderzochten · hebben onderzocht

    to investigate

    Journalisten onderzoeken de zaak nog.


    to examine (a patient)

    De huisarts onderzoekt haar knie.

  • ontbijtenA2onregelmatig

    ontbeet · ontbeten · hebben ontbeten

    to have breakfast

    Wij ontbijten om zeven uur.

  • onthoudenA2onregelmatig

    onthield · onthielden · hebben onthouden

    to remember, to memorise

    Ik kan die naam nooit onthouden.

  • ontslaanA2onregelmatig

    ontsloeg · ontsloegen · hebben ontslagen

    to dismiss, to fire

    Er worden dit jaar geen mensen ontslagen.

  • ontspannenB1onregelmatig

    ontspande · ontspanden · hebben ontspannen

    to relax

    In het weekend probeer ik te ontspannen.

  • ontstaanB1onregelmatig

    ontstond · ontstonden · zijn ontstaan

    to arise, to come into being

    Door de regen ontstonden er lange files.

  • ontvangenA1onregelmatig

    ontving · ontvingen · hebben ontvangen

    to receive

    Ik heb je bericht ontvangen.

  • opbergenA2scheidbaaronregelmatig

    borg op · borgen op · hebben opgeborgen

    to put away, to store

    Berg je spullen op in de kast.

  • opnemenB1scheidbaaronregelmatig

    nam op · namen op · hebben opgenomen

    to answer (the phone); to record

    Ik bel hem al de hele dag, maar hij neemt niet op.


    to withdraw (money)

    Ik wil honderd euro van mijn rekening opnemen.

  • opschrijvenA2scheidbaaronregelmatig

    schreef op · schreven op · hebben opgeschreven

    to write down

    Kun je je telefoonnummer even voor mij opschrijven?

  • optredenA2scheidbaaronregelmatig

    trad op · traden op · hebben opgetreden

    to perform (on stage)

    De band treedt zaterdag op.


    het optreden

    performance

    Het optreden van de band duurde twee uur.

  • opvallenA2scheidbaaronregelmatig

    viel op · vielen op · zijn opgevallen

    to stand out, to strike one

    Het valt me op dat je beter spreekt.

  • opzeggenA2scheidbaaronregelmatig

    zei op · zeiden op · hebben opgezegd

    to terminate, to cancel

    Ik wil mijn contract opzeggen.

  • opzoekenA2scheidbaaronregelmatig

    zocht op · zochten op · hebben opgezocht

    to look up (in a source)

    Zoek het woord even op.


    to go and see, to visit (someone)

    Ik ga dit weekend mijn oma opzoeken.

  • overlijdenB1onregelmatig

    overleed · overleden · zijn overleden

    to pass away, to die

    Zijn vader is vorig jaar in het ziekenhuis overleden.

  • overnemenB1scheidbaaronregelmatig

    nam over · namen over · hebben overgenomen

    to take over

    Kun jij mijn dienst morgen overnemen?

  • overstekenB1scheidbaaronregelmatig

    stak over · staken over · zijn overgestoken

    to cross (a road)

    Steek hier voorzichtig over.