Je EigenRoute
InloggenRegistreren

Woordenschat

321 woorden · pagina 9 van 13

  • opgevenB2scheidbaaronregelmatig

    gaf op · gaven op · hebben opgegeven

    to give up

    Na drie pogingen gaf hij het op.


    to state, to enter (details)

    Geef je gegevens op bij de inschrijving.

  • opgewektA2

    cheerful

    Ze is meestal heel opgewekt.

  • de opgewektheidB2

    cheerfulness

    Haar opgewektheid werkt aanstekelijk.

  • opgewondenB2

    excited

    De kinderen waren opgewonden over de reis.

  • ophalenA2scheidbaar

    haalde op · hebben opgehaald

    to pick up

    Ik haal je om zeven uur op.

  • de ophefB2

    commotion, fuss

    Zijn uitspraak zorgde voor veel ophef.

  • de opiniepeilingB2

    opinion poll

    Volgens de opiniepeiling verliest de partij zetels.

  • het opiniestukB2

    opinion piece

    Zij schreef een opiniestuk in de krant.

  • het opkomstpercentageB2

    turnout percentage

    Het opkomstpercentage lag onder de zestig.

  • de oplageB2

    circulation, print run

    De oplage van de krant daalt al jaren.

  • de opleidingA2

    education, training

    Welke opleiding heb je gedaan?

  • de opleidingsduurB1

    duration of training

    De opleidingsduur is twee jaar.

  • het opleidingsinstituutB2

    training institute

    Het opleidingsinstituut is erkend door de overheid.

  • het opleidingsniveauB2

    level of education

    Het opleidingsniveau van de bevolking is gestegen.

  • oplettenA2scheidbaar

    lette op · hebben opgelet

    to pay attention

    Let goed op bij het oversteken.

  • de opleveringsinspectieB2

    handover inspection

    Bij de opleveringsinspectie noteer je alle gebreken.

  • de oplichtingB2

    swindle, fraud

    Hij deed aangifte van oplichting.

  • oplossenB1scheidbaar

    loste op · hebben opgelost

    to solve; to dissolve

    Samen kunnen we dit probleem vast oplossen.

  • de oplossingA2

    solution

    Er is vast een oplossing.

  • opluchtenB2scheidbaar

    luchtte op · hebben opgelucht

    to relieve

    De uitslag luchtte hem enorm op.

  • de opluchtingB2

    relief

    Tot mijn opluchting was alles in orde.

  • opmerkenB2scheidbaar

    merkte op · hebben opgemerkt

    to remark

    Zij merkte terecht op dat de cijfers oud zijn.


    to remark, to observe

    Hij merkte op dat de tekst te lang was.

  • de opmerkingB1

    remark, comment

    Heeft iemand nog een opmerking?

  • de opnameA2

    recording

    De opname van het gesprek duurt tien minuten.


    withdrawal

    Voor elke opname bij een andere bank betaal je kosten.

  • de opnameduurB2

    length of hospital stay

    De gemiddelde opnameduur is korter geworden.