Woordenschat
321 woorden · pagina 8 van 13
het oostenA2
east
De zon komt op in het oosten.
opA1
on
Zet de kopjes op de tafel.
op grond vanB2
on the basis of
Op grond van deze cijfers besluiten wij anders.
de opaA1
grandfather
Mijn opa vertelt graag verhalen.
opbellenA2scheidbaar
belde op · hebben opgebeld
to call up
Ik bel je morgen op.
opbergenA2scheidbaaronregelmatig
borg op · borgen op · hebben opgeborgen
to put away, to store
Berg je spullen op in de kast.
opbeurenB2scheidbaar
beurde op · hebben opgebeurd
to cheer up
Een kaartje kan iemand echt opbeuren.
opdatB2
in order that
Wij melden dit opdat u tijdig kunt reageren.
de opdrachtA2
assignment, order
Ik heb deze opdracht van mijn baas gekregen.
de opdrachtbevestigingB2
order confirmation
Stuur eerst een opdrachtbevestiging.
de opdrachtgeverB2
client, principal
De opdrachtgever betaalt binnen dertig dagen.
openA1
open
De winkel is nog open.
openbaarA1
public
De vergadering is openbaar.
openbaar vervoerB2
public transport
Met openbaar vervoer ben je er in een uur.
openbare ordeB1
public order
De politie handhaaft de openbare orde.
openbare ruimteB2
public space
De openbare ruimte moet voor iedereen toegankelijk zijn.
openenA1
opende · hebben geopend
to open
De winkel opent om negen uur.
openhartigB2
candid, open
Hij sprak openhartig over zijn fouten.
de openhartigheidB2
candour
Zijn openhartigheid verraste iedereen.
de openingB1
opening
Bij de opening van de nieuwe bibliotheek was de burgemeester.
het openluchttheaterB2
open-air theatre
In het openluchttheater spelen ze alleen 's zomers.
de operatieA2
operation, surgery
De operatie is goed gegaan.
de operatiekamerB2
operating theatre
De patiënt ligt al in de operatiekamer.
opgeluchtA2
relieved
Ik was opgelucht toen het voorbij was.
opgetogenB2
elated, delighted
Zij was opgetogen over het nieuws.

