Woordenschat
Filters2
10 woorden · pagina 1 van 1
naA1
after
Na het eten gaan we wandelen.
naarA1
to (a place)
Ik ga naar mijn werk.
naastA1
next to
Hij zit naast mij.
neeA1
no
Nee, dank je, ik hoef geen koffie meer.
negenA1
nine
Mijn zoon is negen jaar.
negentigA1
ninety
Hij werd negentig jaar oud.
niemandA1
nobody
Er is niemand thuis.
nietA1
not
Ik begrijp het niet.
nietsA1
nothing
Ik heb niets gezegd.
niksA2
nothing (informal)
Ik heb vandaag nog niks gegeten.

