Woordenschat
Filters2
79 woorden · pagina 1 van 4
de maagA1
stomach
Ik heb last van mijn maag.
de maaltijdA2
meal
Dit is de belangrijkste maaltijd van de dag.
de maanA2
moon
Vannacht is de maan helemaal rond.
de maandA1
month
Volgende maand ga ik op vakantie.
de maandagA1
Monday
Op maandag begin ik om negen uur.
het maandbedragA2
monthly amount
Het maandbedrag is 45 euro.
de maandlastenB1
monthly outgoings
Mijn maandlasten zijn dit jaar gestegen.
maartA1
March
De cursus start in maart.
de maatA2
size
Heeft u dit in een grotere maat?
de maatregelB1
measure
De regering neemt nieuwe maatregelen tegen de hoge prijzen.
de maatschappijB1
society; company
Werk helpt mensen om mee te doen in de maatschappij.
de machineA2
machine
Hij werkt met een grote machine in de fabriek.
de machtB1
power
In een democratie ligt de macht bij het volk.
de magnetronA2
microwave
Warm het even op in de magnetron.
de mamaA1
mum, mom
Mama, mag ik vanmiddag bij mijn vriendin spelen?
de manA1
man
Die man werkt in de winkel.
husband
Haar man haalt de kinderen van school.
de managerB1
manager (of a shop or department)
De manager van de supermarkt zoekt nieuwe medewerkers.
de manierA1
way, manner
Dat is een handige manier om te oefenen.
de marktA2
market
Op zaterdag is er markt op het plein.
het materiaalB1
material
De docent deelt het materiaal voor de les uit.
het matrasA1
mattress
Dit matras is te zacht voor mij.
de medailleB1
medal
Zij won een gouden medaille bij het zwemmen.
de mededelingB1
announcement, notice
Er hangt een mededeling op het prikbord.
de medestudentA2
fellow student
Ik oefen samen met een medestudent.
de medewerkerA2
employee, staff member
Een medewerker van de winkel helpt mij met mijn vraag.

