Woordenschat
Filters2
6 woorden · pagina 1 van 1
lachenA1onregelmatig
lachte · lachten · hebben gelachen
to laugh
We hebben veel gelachen.
latenA1onregelmatig
liet · lieten · hebben gelaten
to let, to have (something done)
Ik laat mijn fiets repareren.
lezenA1onregelmatig
las · lazen · hebben gelezen
to read
Lees de tekst nog een keer.
liggenA1onregelmatig
lag · lagen · hebben gelegen
to lie, to be located
Het boek ligt op tafel.
lijkenA1onregelmatig
leek · leken · hebben geleken
to seem
Het lijkt me een goed idee.
lopenA1onregelmatig
liep · liepen · hebben/zijn gelopen
to walk
Ik loop elke dag naar mijn werk.
to run, to last (of a period)
De cursus loopt van september tot juni.

