Woordenschat
4 woorden · pagina 1 van 1
feliciterenB1
feliciteerde · hebben gefeliciteerd
to congratulate
Ik wil je feliciteren met je nieuwe baan.
fietsenA1
fietste · hebben/zijn gefietst
to cycle
Ik fiets elke dag naar school.
fotograferenB1
fotografeerde · hebben gefotografeerd
to photograph
Zij fotografeert graag oude gebouwen.
functionerenB1
functioneerde · hebben gefunctioneerd
to perform, to function
Hij functioneert goed in het team.

