Je EigenRoute
InloggenRegistreren

Woordenschat

48 woorden · pagina 2 van 2

  • elkaarA1

    each other

    We helpen elkaar.

  • de elleboogA1

    elbow

    Ik heb mijn elleboog gestoten.

  • de emmerA1

    bucket

    Vul de emmer met water.

  • enA1

    and

    Ik neem brood en kaas.

  • de energieA1

    energy

    De prijzen voor energie zijn gestegen.

  • het energielabelA2

    energy label

    Dit huis heeft energielabel C.

  • het EngelsA1

    English (language)

    Mijn kinderen spreken thuis Nederlands en op school Engels.

  • de enkelA1

    ankle

    Ik heb mijn enkel verzwikt.


    single, any; only

    Er is geen enkele reden om je zorgen te maken.

  • enormA2

    enormous, huge

    Het nieuwe ziekenhuis is een enorm gebouw.

  • enthousiastA2

    enthusiastic

    De klas was enthousiast over het uitje.

  • de envelopA1

    envelope

    Doe de brief in een envelop.

  • ergA1

    very; bad

    Dat is erg vervelend.

  • ergensA2

    somewhere

    Mijn sleutels liggen hier ergens.

  • erkennenA2

    erkende · hebben erkend

    to acknowledge

    De minister erkende de fout.

  • eruitzienA2scheidbaaronregelmatig

    zag eruit · zagen eruit · hebben eruitgezien

    to look (like), to appear

    Weet jij hoe de nieuwe buurman eruitziet?

  • ervarenA2onregelmatig

    ervoer · ervoeren · hebben ervaren

    to experience

    Veel mensen ervaren het examen als stressvol.

  • de ervaringA2

    experience

    Voor deze functie is ervaring nodig.

  • de erwtA1

    pea

    In de soep zitten erwten en wortels.

  • etenA1onregelmatig

    at · aten · hebben gegeten

    to eat

    Wij eten meestal om zes uur.


    het eten

    food

    Nederlands eten is soms heel simpel.

  • het etiketA2

    label

    Kijk even op het etiket.

  • de euroA1

    euro

    De euro is in twintig landen betaalmiddel.

  • evenA1

    just, for a moment

    Wacht even, ik kom eraan.

  • extraA2

    extra, additional

    Voor een extra koffer betaal je dertig euro.