Woordenschat
14 woorden · pagina 1 van 1
dichtA1
closed
Op zondag zijn de winkels dicht.
diepA2
deep
Het water is hier te diep om te staan.
digitaalA2
digital
Het examen wordt digitaal afgenomen.
dikA1
thick, fat
Trek een dikke jas aan.
directA1
direct, blunt
Nederlanders zijn vaak heel direct.
domA2
stupid, silly
Ik heb een dom foutje gemaakt in mijn brief.
donkerA1
dark
In de winter is het om vijf uur al donker.
doodA2
dead
De plant is dood, want ik vergat water te geven.
de dood
death
Na de dood van zijn vader verhuisde hij naar Utrecht.
droogA1
dry
De was is nog niet droog.
drukA1
busy, crowded
Het is druk in de stad.
duidelijkA1
clear
Is het nu duidelijk?
dunA1
thin
Snijd het brood dun.
duurA2
expensive
Die telefoon is te duur.
de duur
duration, length (of time)
De duur van de cursus is zes maanden.
duurzaamA2
sustainable
Ze zoeken een duurzame oplossing.

