Je EigenRoute
InloggenRegistreren

Woordenschat

112 woorden · pagina 4 van 5

  • doorgaanB1scheidbaaronregelmatig

    ging door · gingen door · zijn doorgegaan

    to go ahead, to take place; to continue

    Door de regen kan de markt vandaag niet doorgaan.

  • doorgevenB1scheidbaaronregelmatig

    gaf door · gaven door · hebben doorgegeven

    to pass on

    Kun je dat aan je collega doorgeven?


    to report, to pass on (information)

    Geef een adreswijziging door aan de gemeente.

  • doorverbindenB1scheidbaaronregelmatig

    verbond door · verbonden door · hebben doorverbonden

    to put through (a call)

    Ik verbind u door met de juiste afdeling.

  • doorverwijzenB1scheidbaaronregelmatig

    verwees door · verwezen door · hebben doorverwezen

    to refer on

    De huisarts verwees mij door naar het ziekenhuis.

  • de doosA1

    box

    De boeken zitten in een doos.

  • het dorpA1

    village

    Zij komt uit een klein dorp.

  • de dorstA1

    thirst

    Heb je dorst?

  • de doucheA1

    shower

    Ik neem 's ochtends een douche.

  • downloadenA2

    downloadde · hebben gedownload

    to download

    Download de app op je telefoon.

  • draaienA2

    draaide · hebben gedraaid

    to turn, to spin

    Draai de sleutel twee keer om in het slot.

  • dragenA1onregelmatig

    droeg · droegen · hebben gedragen

    to wear; to carry

    Hij draagt een zwarte jas.

  • de drankA2

    drink, beverage

    Wat voor drank wil je erbij?

  • dreigenA2

    dreigde · hebben gedreigd

    to threaten

    Hij dreigde met een rechtszaak.

  • de drempelA1

    threshold, doorstep

    Pas op voor de drempel bij de deur.

  • drieA1

    three

    De les duurt drie uur.

  • dringendB1

    urgent

    Dit is een dringend bericht.

  • drinkenA1onregelmatig

    dronk · dronken · hebben gedronken

    to drink

    Wat wil je drinken?

  • drogenA2

    droogde · hebben/zijn gedroogd

    to dry

    Ik hang de was buiten om te drogen.

  • dromenA1

    droomde · hebben gedroomd

    to dream

    Ik droomde vannacht over mijn familie.

  • droogA1

    dry

    De was is nog niet droog.

  • de droogteB1

    drought

    Door de droogte mag je de tuin niet sproeien.

  • de droomA2

    dream

    Mijn droom is een eigen restaurant openen.

  • de druifA1

    grape

    Deze druiven zijn erg zoet.

  • drukA1

    busy, crowded

    Het is druk in de stad.

  • dubbelB1

    double

    Door de storing betaalde ik de rekening dubbel.