Je EigenRoute
InloggenRegistreren

Woordenschat

20 woorden · pagina 1 van 1

  • bakkenA2onregelmatig

    bakte · bakten · hebben gebakken

    to fry, to bake

    Ik bak een ei voor het ontbijt.

  • bedenkenA2onregelmatig

    bedacht · bedachten · hebben bedacht

    to think up, to come up with

    Wie heeft dit plan bedacht?


    zich bedenkenwederkerend

    to change one's mind

    Hij wilde eerst mee, maar bedacht zich.

  • bedervenA2onregelmatig

    bedierf · bedierven · zijn bedorven

    to spoil, to go off

    Vlees bederft snel in de warmte.

  • beginnenA1onregelmatig

    begon · begonnen · zijn begonnen

    to begin

    De les begint om negen uur.

  • begrijpenA1onregelmatig

    begreep · begrepen · hebben begrepen

    to understand

    Ik begrijp de vraag niet helemaal.

  • bekijkenA2onregelmatig

    bekeek · bekeken · hebben bekeken

    to look at, to view

    Wil je de foto's van de vakantie bekijken?

  • beschrijvenB1onregelmatig

    beschreef · beschreven · hebben beschreven

    to describe

    Kunt u beschrijven hoe de man eruitzag?

  • besluitenA2onregelmatig

    besloot · besloten · hebben besloten

    to decide

    We hebben besloten te verhuizen.

  • besprekenB1onregelmatig

    besprak · bespraken · hebben besproken

    to discuss

    Dat bespreken we morgen in de vergadering.

  • bestaanA1onregelmatig

    bestond · bestonden · hebben bestaan

    to exist

    Zo'n regel bestaat hier niet.

  • bewegenB1onregelmatig

    bewoog · bewogen · hebben bewogen

    to move, to exercise

    Probeer elke dag genoeg te bewegen.

  • zich bezighoudenB1scheidbaarwederkerendonregelmatig

    hield bezig · hielden bezig · hebben beziggehouden

    to be occupied with, to deal with

    Zij houdt zich bezig met vrijwilligerswerk.

  • bezoekenA2onregelmatig

    bezocht · bezochten · hebben bezocht

    to visit

    We bezoeken zondag mijn ouders.

  • biddenB1onregelmatig

    bad · baden · hebben gebeden

    to pray

    Mijn grootmoeder bidt elke avond voor het slapen.

  • biedenB1onregelmatig

    bood · boden · hebben geboden

    to offer, to provide

    De gemeente biedt hulp bij het zoeken naar werk.

  • bijkomenB1scheidbaaronregelmatig

    kwam bij · kwamen bij · zijn bijgekomen

    to recover, to catch one's breath

    Ik ben nog aan het bijkomen van de reis.

  • blijkenB1onregelmatig

    bleek · bleken · zijn gebleken

    to turn out, to appear

    Het bleek dat niemand de sleutel had.

  • blijvenA1onregelmatig

    bleef · bleven · zijn gebleven

    to stay

    Blijf je vanavond eten?

  • brekenA2onregelmatig

    brak · braken · hebben/zijn gebroken

    to break

    Ze is gevallen en heeft haar arm gebroken.

  • brengenA1onregelmatig

    bracht · brachten · hebben gebracht

    to bring, to take

    Ik breng de kinderen naar school.