Woordenschat
253 woorden · pagina 9 van 11
de boterhamA1
sandwich (slice of bread)
Ik neem twee boterhammen mee.
de bouwB1
construction (industry)
Mijn broer werkt al twintig jaar in de bouw.
bouwenA2
bouwde · hebben gebouwd
to build
Hier gaan ze honderd nieuwe woningen bouwen.
bovenA1
above, upstairs
De slaapkamers zijn boven.
bovendienA2
moreover
Het is duur en bovendien ver weg.
de brandA2
fire (accident)
Bij brand moet je direct 112 bellen.
breedA1
wide
Dit is een brede straat.
brekenA2onregelmatig
brak · braken · hebben/zijn gebroken
to break
Ze is gevallen en heeft haar arm gebroken.
brengenA1onregelmatig
bracht · brachten · hebben gebracht
to bring, to take
Ik breng de kinderen naar school.
de briefA1
letter
Ik heb een brief van de gemeente gekregen.
de briefkaartB1
postcard
Ik stuurde een briefkaart uit Spanje.
de briefwisselingB1
correspondence
De briefwisseling met de gemeente duurde maanden.
de brievenbusA1
letterbox
Er zit post in de brievenbus.
de brilA1
glasses
Zonder bril zie ik niets.
de broekA1
trousers
Deze broek is te lang.
de broerA1
brother
Mijn broer woont in België.
de bronA1
source
Controleer altijd de bron van een bericht.
het broodA1
bread
Ik eet elke ochtend brood.
de brugA2
bridge
De brug is open voor een boot.
de brugopeningB1
bridge opening
Door de brugopening stond het verkeer stil.
bruinA1
brown
Ik eet liever bruin brood.
het budgetA2
budget
Mijn budget voor deze maand is op.
de buikA1
belly, stomach
Mijn buik doet pijn.
de buikpijnA2
stomach ache
Het kind heeft buikpijn.
buitenA1
outside
De kinderen spelen buiten.

