Woordenschat
253 woorden · pagina 5 van 11
bestedenB1
besteedde · hebben besteed
to spend (time, money)
Hoeveel geld besteed jij per maand aan boodschappen?
bestellenA2
bestelde · hebben besteld
to order
Zullen we pizza bestellen?
de bestellingA2
order
Uw bestelling is onderweg.
de bestemmingA2
destination
We komen om drie uur op onze bestemming aan.
de bestuurderB1
driver; director
De bestuurder van de auto is gewond geraakt.
betaalbaarA2
affordable
Een betaalbare woning is moeilijk te vinden.
de betaalmethodeA2
payment method
Welke betaalmethode gebruikt u?
de betaaltermijnB1
payment term
De betaaltermijn is dertig dagen.
het betaalverzoekB1
payment request
Ik stuur je een betaalverzoek via de app.
betalenA1
betaalde · hebben betaald
to pay
Kan ik met pin betalen?
de betalingA2
payment
De betaling is nog niet binnen.
de betalingsachterstandB1
payment arrears
Meld een betalingsachterstand op tijd.
de betalingsregelingB1
payment plan
Je kunt een betalingsregeling aanvragen.
betekenenA1
betekende · hebben betekend
to mean
Wat betekent dit woord?
de betekenisA2
meaning
Zoek de betekenis van dit woord op in het woordenboek.
beterA1
better
Ik voel me vandaag al beter.
beterschapA2
get well soon
Beterschap, hopelijk voel je je snel beter!
betrokkenB1
involved
Alle medewerkers zijn bij het plan betrokken.
de beurtA2
turn
Jij bent aan de beurt, wat wilt u bestellen?
de bevallingA2
childbirth
De bevalling verliep zonder problemen.
bevattenB1
bevatte · hebben bevat
to contain
Deze snoepjes bevatten erg veel suiker en kleurstof.
bevestigenB1
bevestigde · hebben bevestigd
to confirm
Kunt u de afspraak per mail bevestigen?
de bevolkingA2
population
Een derde van de bevolking doet vrijwilligerswerk.
bewarenA2
bewaarde · hebben bewaard
to keep, to store
Bewaar deze brief goed.
bewegenB1onregelmatig
bewoog · bewogen · hebben bewogen
to move, to exercise
Probeer elke dag genoeg te bewegen.

