Woordenschat
31 woorden · pagina 1 van 2
aanA1
on, at, to
De foto hangt aan de muur.
de aandachtA1
attention
Besteed extra aandacht aan de uitspraak.
het aantalA1
number, amount
Het aantal deelnemers groeit.
de aardappelA1
potato
We eten vanavond aardappelen.
de aardbeiA1
strawberry
In juni zijn de aardbeien het lekkerst.
achtA1
eight
Ik begin om acht uur.
achterA1
behind
De tuin ligt achter het huis.
de achterdeurA1
back door
Via de achterdeur kom je in de tuin.
de ademA1
breath
Haal even diep adem.
het adresA1
address
Schrijf hier je adres op.
alA1
already
Ben je er nu al?
allebeiA1
both
Wij werken allebei fulltime.
alleenA1
alone; only
Ik woon alleen.
alleenstaandA1
single
Zij is een alleenstaande moeder.
allemaalA1
all (of them)
We gaan allemaal mee.
allesA1
everything
Alles is klaar.
alsA1
if, when
Als het regent, blijven we binnen.
alsjeblieftA1
please; here you are
Hier is je koffie, alsjeblieft.
altijdA1
always
Hij komt altijd te laat.
anderA1
other, different
Heb je een andere maat?
het antwoordA1
answer
Ik heb nog geen antwoord op mijn e-mail gekregen.
apartA1
separate(ly)
We betalen apart.
de appA1
app
Met deze app kun je een treinkaartje kopen.
message (in a chat app)
Ik stuur je vanavond een app.
de appelA1
apple
Ik neem een appel mee naar mijn werk.
aprilA1
April
In april bloeien de bloemen.

