Je EigenRoute
InloggenRegistreren

Woordenschat

142 woorden · pagina 4 van 6

  • de aftrekpostB1

    tax-deductible item

    Studiekosten waren vroeger een aftrekpost.

  • het afvalA2

    waste

    Het afval wordt op dinsdag opgehaald.

  • de afvalbakB1

    waste bin

    Gooi het in de afvalbak.

  • de afvalcontainerB1

    waste container

    De afvalcontainer wordt woensdag geleegd.

  • de afvalinzamelingB1

    waste collection

    De afvalinzameling is op donderdag.

  • zich afvragenB1scheidbaarwederkerendonregelmatig

    vroeg af · vroegen af · hebben afgevraagd

    to wonder

    Ik vraag me af of dat wel klopt.

  • afwassenA2scheidbaaronregelmatig

    waste af · wasten af · hebben afgewassen

    to do the dishes

    Wie wast er vanavond af?

  • afwezigA2

    absent

    Hij was vorige week afwezig.

  • afwijzenB1scheidbaaronregelmatig

    wees af · wezen af · hebben afgewezen

    to reject

    Mijn aanvraag is afgewezen.

  • afzeggenA2scheidbaaronregelmatig

    zei af · zeiden af · hebben afgezegd

    to cancel (an appointment)

    Ik moet de afspraak bij de tandarts afzeggen.

  • de afzenderB1

    sender

    De afzender staat op de achterkant.

  • het afzenderadresB1

    sender's address

    Zet je afzenderadres op de envelop.

  • de agendaA2

    diary, agenda

    Ik zet de afspraak in mijn agenda.

  • de agentA2

    police officer

    De agent vraagt naar mijn rijbewijs en paspoort.

  • het akkoordB1

    agreement, deal

    Na lang praten kwamen ze tot een akkoord.

  • alA1

    already

    Ben je er nu al?

  • de alcoholB1

    alcohol

    Drink geen alcohol bij deze medicijnen.

  • algemeenB1

    general

    In het algemeen ben ik tevreden over mijn werk.

  • allebeiA1

    both

    Wij werken allebei fulltime.

  • alleenA1

    alone; only

    Ik woon alleen.

  • alleenstaandA1

    single

    Zij is een alleenstaande moeder.

  • allemaalA1

    all (of them)

    We gaan allemaal mee.

  • de allergieA2

    allergy

    Ik heb een allergie voor noten.

  • allerleiB1

    all kinds of

    Op de markt kun je allerlei groenten kopen.

  • allesA1

    everything

    Alles is klaar.