Woordenschat
76 woorden · pagina 3 van 4
altijdA1
always
Hij komt altijd te laat.
alweerA2
again (already)
Het regent alweer, de hele week al.
de ambulanceA2
ambulance
Bel 112 voor een ambulance.
de analyseA2
analysis
Uit de analyse blijkt iets anders.
anderA1
other, different
Heb je een andere maat?
andersA2
different(ly); otherwise
Hij ziet er nu heel anders uit dan vroeger.
de angstA2
fear, anxiety
Zijn angst om te falen hield hem tegen.
het antwoordA1
answer
Ik heb nog geen antwoord op mijn e-mail gekregen.
antwoordenA2
antwoordde · hebben geantwoord
to answer
Hij antwoordde niet op mijn vraag.
apartA1
separate(ly)
We betalen apart.
de apotheekA2
pharmacy
De apotheek is naast de huisarts.
de appA1
app
Met deze app kun je een treinkaartje kopen.
message (in a chat app)
Ik stuur je vanavond een app.
het apparaatA2
device, appliance
Zet het apparaat uit voordat je het schoonmaakt.
het appartementA2
flat, apartment
Zij huurt een klein appartement.
de appelA1
apple
Ik neem een appel mee naar mijn werk.
appenA2
appte · hebben geappt
to message (by chat app)
Ik app je zodra ik op het station ben.
aprilA1
April
In april bloeien de bloemen.
de arbeidsovereenkomstA2
employment contract
De arbeidsovereenkomst is voor een jaar.
de armA1
arm
Mijn arm is stijf.
poor
Veel arme gezinnen krijgen hulp van de gemeente.
het artikelA1
article
Ik heb een interessant artikel gelezen.
de artsA2
physician
De arts verwees haar door naar het ziekenhuis.
augustusA1
August
Augustus is vaak de warmste maand.
de autoA1
car
Onze auto staat voor de deur.
de avondA1
evening
's Avonds kijk ik televisie.
het avondetenA2
dinner
Het avondeten is om zes uur.

